KNOV Winkelmandje (0) Menu

Asielzoekers & statushouders

Gepubliceerd: 16 februari 2018, laatste update: 16 februari 2018

Ketenrichtlijn geboortezorg asielzoekers

Onder regie van het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) is in 2016 door verschillende partijen[1] een herziene ketenrichtlijn[2] gemaakt over de verloskundige zorg aan zwangere asielzoekers. Hierin is opgenomen dat verloskundigen bij 34 weken zwangerschap een MRSA-screening uitvoeren bij de zwangere asielzoeker.

Zorg voor zwangere asielzoekers en statushouders

Zwangere asielzoekers hebben vaak te maken met verloskundige zorg op meerdere plaatsen in Nederland. Dit komt door organisatorische overplaatsingen (COA) en verwijzingen (zorgverleners). De overdracht verloopt daardoor vaak niet goed. Asielzoekers en zorgverleners weten niet waar de asielzoekers vandaan komen en welke zorg zij hebben gekregen. Deze afstemming moet beter om dubbele zorg of hiaten in de zorg te voorkomen en continuïteit van de zorg te garanderen.

Het hebben van 'korte lijnen' tussen ketenpartners die gecontracteerd zijn voor de zorg op een COA locatie, blijkt een belangrijke factor voor het leveren van goede zwangerschapsbegeleiding en geboortezorg. Ook voor statushouders is het soms lastig om ingang tot de juiste zorg te vinden.

De zorg voor asielzoekers en statushouders wordt belemmerd door :

  • een informatie- en kennishiaat over zwangerschap en baring
  • een informatie- en kennishiaat over de organisatie van de geboortezorg
  • de taalbarrière
  • de beperkte financiële middelen
  • de beperkte mogelijkheden in vervoer

Tolkgebruik

Juist omdat de communicatie bij asielzoeker en statushouders moeilijk verloopt, is het goed om aandacht aan de overdracht te besteden.

Door de versnelde afhandeling van de procedures voor asielzoekers, spreken zwangere statushouders onvoldoende Nederlands. Het is daarom lastig om in acute situaties en over intieme onderwerpen goed met de zwangere asielzoeker en statushouder te communiceren.

Het is echter cruciaal dat een zorgverlener en patiënt elkaar goed begrijpen. Als een zorgverlener een anderstalige patiënt tegenover zich heeft, zal hij inschatten of de taalbarrière het verlenen van adequate zorg in de weg staat. Zo ja, dan kan de zorgverlener een tolk inschakelen. Dat kan een informele tolk zijn, maar soms is de inzet van een professionele tolk noodzakelijk om verantwoorde zorg te kunnen bieden.
Bij het maken van deze keus spelen allerlei afwegingen een rol. Het hangt af van het werkveld, de omstandigheden en van de zorgvraag. En natuurlijk van de wens van de cliiënt. Wil zij zelf iemand meenemen om te tolken? En zo ja: is deze persoon voldoende in staat om de klachten van de cliënt te verwoorden? De kwaliteitsnorm brengt dit soort afwegingen in kaart aan de hand van een aantal praktische vragen. Dit helpt zorgverleners om gepast en doelmatig met tolkeninzet om te gaan. In 2012 is de financiering voor de tolkendienst afgeschaft. De KNOV is druk bezig om de financiering voor de tolkentelefoon weer terug te krijgen.

Ondersteunend voorlichtingsmateriaal

Voor voorlichting en informatievoorziening aan asielzoekers en cliënten met beperkte gezondheidsvaardigheden bestaat de website www.zanzu.nl gebruiken.. Ook bevat de website informatie voorlichting over anticonceptie, zwangerschap, geboorte en de kraamperiode . De teksten zijn tot stand gekomen in samenwerking met Rutgers WPF en Pharos is . Alle teksten op de website zijn ook te beluisteren in 14 verschillende talen en te gebruiken in de praktijk door zorgverleners in de geboortezorg.

De KNOV heeft in mei 2018 de nieuwe voorlichtingsfilm 'Zwanger in Nederland' ontwikkeld. De film is bedoeld ter ondersteuning van de verloskundigen bij de voorlichting van asielzoekers en statushouders. Tevens kan het filmpje gebruikt worden in de voorlichting en begeleiding van laaggeletterden.
In de voorlichtingsfilm wordt door middel van animaties uitgelegd met welke disciplines een zwangere in Nederland te maken krijgt, zoals het verloop van consultgesprekken met de verloskundige en de ondersteuning van de kraamzorg. Daarnaast is in de film te zien welke afwegingen de zwangere voorafgaand aan de bevalling moet maken. De animatiefilm is voorgelegd aan laaggeletterden en statushouders.

Verloskundigen kunnen de film gebruiken in de voorlichting tijdens het consult, zodat de inhoud kan worden toegelicht aan de cliënt. De voorlichtingsfilm 'Zwanger in Nederland' is te bekijken op de website deVerloskundige.nl. De KNOV wil het komende jaar starten met de ontwikkeling van voorlichtingsfilmpjes over kraamzorg, preconceptiezorg en pijn. Meer informatie over deze voorlichtingsfilmpjes volgt.

Registratie etniciteiten

Het KNOV-protocol 'Classificering van etniciteiten in de verloskundige zorg' is ontwikkeld om de classificering van etniciteiten eenduidiger te maken tussen zorgverleners.

Meer lezen kan op de pagina registratie etniciteiten

Vrouwelijke genitale verminking

Vrouwelijke genitale verminking (VGV) is een gedeeltelijke of volledige verwijdering of elke andere beschadiging van de uitwendige vrouwelijke genitaliën zonder medische noodzaak. VGV- ook wel meisjesbesnijdenis genoemd- is een wereldwijd probleem. Gezien de complicaties en gevolgen hebben besneden vrouwen optimale begeleiding nodig tijdens de zwangerschap, baring en kraambed.

Naar schatting zijn 200 miljoen vrouwen wereldwijd besneden. VGV komt het meest voor in Afrika, maar ook in bijvoorbeeld Azië en het Midden-Oosten. Door de toegenomen migratie kan het voorkomen dat een besneden vrouw zich meldt tijdens het spreekuur, bij de bevalling of in het kraambed. Het is belangrijk om op dat moment kennis over VGV te hebben.

Meer lezen op de pagina Vrouwelijke genitale verminking.

Voetnoten

[1] COA, GG&GD, KNOV, NVOG, GCA en MCA Menzis

[2] Ketenrichtlijn geboortezorg asielzoekers 2016.

Deel via:

  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail

Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen

Beroepsorganisatie van en voor verloskundigen

Word lid