KNOV Winkelmandje (0) Menu

Neonatale screening: hielprik

Gepubliceerd: 23 augustus 2013, laatste update: 03 juli 2018

Inleiding

Jaarlijks wordt bij 180.000 pasgeborenen de hielprik uitgevoerd. De screening van het hielprikbloed levert belangrijke informatie op over een aantal ernstige aandoeningen zoals: cystic fibrosis, sikkelcelziekte en tyrosinemie type 1. Vroegtijdige opsporing hiervan is belangrijk om schade aan de gezondheid te voorkomen of te beperken. In opdracht van de Minister van VWS is op 1 januari 2007 de neonatale screening via de hielprik uitgebreid met onderzoek naar 18 aandoeningen.

Voorlichting door verloskundigen

Verloskundigen hebben vanuit het Ministerie van VWS de taak gekregen om de voorlichting over de neonatale screening te verzorgen. De KNOV adviseert om de zwangere voor te lichten conform het advies van de scholing. Voorlichting houdt in:

  • informatie geven over de groepen ziektebeelden en dragerschap van sikkelcelziekte
  • informeren over het belang van deelname aan het screeningsprogramma
  • het uitreiken van de folder

Om verloskundigen te ondersteunen in hun voorlichtende taak heeft het RIVM een voorlichtingspakket beschikbaar, inclusief een praktijkkaart met daarop een checklist voor het voorlichtingsgesprek.
De voorlichting omvat naast algemene informatie over tijdstip en inhoud van de procedure, informatie over de groepen aandoeningen waarop gescreend wordt, informatie over dragerschap en gevolgen hiervan, het belang van deelname door ouders in verband met behandelbare aandoeningen en als laatste onderdeel: het uitreiken van de folder.

In het draaiboek ‘Hielprik’ zijn protocollen, verantwoordelijkheden en het proces van screenen terug te vinden. U kunt het draaiboek downloaden van de site van het RIVM onder hielprik-professionals.Bij het RIVM zijn verloskundigen, samen met andere beroepsbeoefenaren, als adviseur betrokken in diverse commissies omtrent de neonatale screening.

Draaiboek Hielprik voor professionals

Informatie over de hielprik voor ouders

Op de website van het RIVM voor ouders staat algemene informatie voor ouders over de hielprik. Ook zijn folders opgenomen over het vervolgonderzoek na de hielprik en over dragerschap sikkelcel. Deze folders dienen ter ondersteuning van de voorlichting door verloskundigen.

Ondersteuningsmateriaal bij voorlichting

Op de website van het RIVM staat aanvullende informatie, zoals een instructie-dvd voor screeners, het draaiboek en een checklist. Voor gedetailleerde vragen kunt u verwijzen naar het RIVM zoals vermeld in de folder.

Informatie voor (aanstaande) ouders is te vinden op de KNOV-site voor zwangeren. Op de website van het RIVM kunnen ouders een voorlichtingsfilm voor ouders over de hielprik bekijken. Ook kunnen zij informatiebladen downloaden over de aandoeningen en dragerschap van de sikkelcelziekte. Deze informatiebladen zijn gemaakt ter ondersteuning voor de verloskundigen in gesprekken met de ouders.

Afwijkende uitslag van neonatale screening

Door de nieuwe hielprikscreening komt het vaker voor dat een afwijkende uitslag al in de kraamperiode bekend is. Dit heeft gevolgen voor het verloop van de kraamperiode. Zo kan kraamzorg in een gezin moeten worden aangepast. Ook kunnen verloskundigen geconfronteerd worden met vragen van ouders over de betreffende uitslag. Zeker zolang de definitieve diagnose nog niet bekend is.

Om te voorkomen dat verloskundigen voor onverwachte situaties komen te staan, wordt aanbevolen dat zowel de huisarts als de verantwoordelijke verloskundige voor de kraamperiode, over de afwijkende uitslag wordt geïnformeerd. Het is nadrukkelijk niet de verantwoordelijkheid van verloskundigen om ouders te informeren over de uitslag of om het vervolgtraject te organiseren. Dit is de taak van de huisarts. De rol van de verloskundige is slechts ondersteunend. Uiteraard is samenwerking met de huisarts hierin van belang.

Overgang naar thuiszorginstellingen

Neonatale screening wordt sinds 1 januari 2006, in combinatie met de neonatale gehoorscreening, uitgevoerd door de thuiszorginstellingen in opdracht van de Entadministraties. De Entadministraties zijn in 2008 overgegaan naar het RIVM. In sommige delen van het land wordt de hielprik nog steeds door verloskundigen uitgevoerd en in onderaannemerschap van een thuiszorginstelling.

Scholing

De uitbreiding van de neonatale hielprikscreening heeft gevolgen voor de inhoud van de screening, voor het proces en de organisatie van de screening en voor de voorlichting aan de ouders. De (klinisch) verloskundigen hebben zich door deelname aan scholingstrajecten kennis en vaardigheden eigen kunnen maken. Hierbij gaat het om basiskennis over de inhoud, het proces en de organisatie van de hielprikscreening en de vaardigheid om doel, inhoud, uitvoering en gevolgen van de hielprikscreening in begrijpelijke taal uit te kunnen leggen aan ouders. Verloskundigen die zelf de hielprikscreening uitvoeren moeten naast bovengenoemde kwaliteitseisen uiteraard ook de hielprik zelf goed uit te kunnen voeren.

Draaiboek 'Hielprikscreening voor professionals'

In het draaiboek 'Hielprikscreening voor professionals' zijn protocollen, verantwoordelijkheden en het proces van screenen terug te vinden. Verloskundigen zijn, samen met andere beroepsbeoefenaren, als adviseur betrokken in diverse commissies over de neonatale screening, gecoördineerd door het RIVM.

Deel via:

  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail

Lees ook:

Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen

Beroepsorganisatie van en voor verloskundigen

Word lid