KNOV Winkelmandje (0) Menu

Integrale bekostiging

Gepubliceerd: 23 augustus 2013, laatste update: 05 april 2016

FAQ Integrale Bekostiging

Integrale bekostiging biedt kansen, mits het op de juiste wijze wordt ingericht. Daarom zijn pilots noodzakelijk en is de evaluatie van deze pilots onontbeerlijk. Op basis van de uitkomsten van diverse pilots zal uiteindelijk een besluit worden genomen over de landelijke inrichting van de integrale financiering.

Om het experimenteren met integrale bekostiging mogelijk te maken heeft de NZa op verzoek van de minister de experimenteerbeleidsregel Integrale Geboortezorg vastgesteld. Deze beleidsregel kan worden gebruikt door regio's die een pilot willen starten die qua bekostiging in de 9 prestaties die de NZa heeft vastgesteld past. Deze prestaties maken onder andere onderscheid in tijd en zorgzwaarte.

Pilots integrale bekostiging die qua prestaties echt niet binnen de experimenteerbeleidsregel passen kunnen gebruik maken van de beleidsregel innovatie. De minister heeft aangegeven dat alle experimenten doorgang moeten kunnen vinden en daarover met de zorgverzekeraars in gesprek te gaan, zodat dit ook echt mogelijk wordt gemaakt.

De reguliere verloskundige zorg wordt bekostigd via de eerstelijns Beleidsregel Verloskunde. De tarieven voor de eerste lijn zijn vastgelegd in de Tariefbeschikking Verloskunde. Dit blijft ook voor 2017 en de daarop volgende jaren het geval . De reguliere bekostiging blijft voorlopig bestaan, alhoewel zowel de NZa als VWS aangeven in te zetten op integrale bekostiging.

Om te komen tot een pilot integrale zorg en bekostiging is het mogelijk om de module integrale zorg aan te vragen. Deze is bedoeld voor de verbetering van de kwaliteit van de geboortezorg, waaronder de samenwerking.

Onderstaande FAQ geeft de zienswijze van VWS weer op de introductie van Integrale Bekostiging en is tot stand gekomen op basis van het interview van de minister in het TvV, de antwoorden op de schriftelijke Kamervragen, de uitkomsten van het Algemeen Overleg en de aanwijzing van VWS aan de NZa.

Hoe kijkt VWS naar de positie van de verloskundige bij invoering van het experiment integrale bekostiging?

VWS verwacht dat bij integrale bekostiging een sterkere positie van de verloskundige in plaats van een zwakkere. Het is onwenselijk dat één partij het voor het zeggen krijgt in de geboortezorg. In de integrale bekostiging is de positie van de verloskundige in de keten sterk. In geboortecentra is de verloskundige primair in charge. Die maakt de afweging of een zwangere thuis kan bevallen of in het geboortecentrum.

Bij integrale zorg vormen alle betrokken professionals een netwerk om samen een zo kwalitatief optimale en veilig mogelijke zorg rond de zwangerschap en geboorte te bieden. De wijze waarop ze dat gezamenlijk organiseren wordt regionaal bepaald. Deze afspraken doen niet af aan de zelfstandige positie van de verloskundige. Integendeel. De verloskundige is een zorgverlener met eigen kennis, competenties en expertise. Zij heeft een belangrijke rol om risico's te signaleren en ervoor te zorgen dat deze worden opgevolgd. Dat kan betekenen dat zij zelf in actie moet komen maar het is ook mogelijk dat zij (consultatief) een andere zorgverlener uit het netwerk inschakelt. Juist hierover zullen afspraken moeten gaan. Daarmee heeft de verloskundige in de geboortezorg een duidelijke en sterke positie. De integrale bekostiging stimuleert juist dat zorg daar waar niet noodzakelijk niet wordt verleend door de gynaecoloog, maar zo veel mogelijk door de verloskundige en de kraamverzorgende. Zij ontvangt voor de verschillende prestaties een afgesproken integraal tarief, onafhankelijk van de zorg die is verleend. VWS verwacht daarmee dat met de introductie van integrale bekostiging de positie van de verloskundige in de Nederlandse geboortezorg verder wordt bestendigd.

De verloskundige blijft bovendien in de wet BIG als apart beroep beschreven. Dit wijzigt niet als gevolg van de invoering van de volwaardige optie van integrale bekostiging. Verloskundigen zijn krachtens de wet BIG bevoegd om een aantal vast omschreven voorbehouden handelingen te verrichten. De positie van de verloskundige wordt verder geborgd binnen de normen die de inspectie heeft opgesteld over bijvoorbeeld de vertegenwoordiging in het bestuur van een verloskundig samenwerkingsverband.

Wat zijn volgens VWS de effecten van invoering van het experiment integrale bekostiging voor verloskundigen?

In de geboortezorg gaan steeds meer taken van de gynaecoloog naar de verloskundige. En niet andersom. Het zou dan ook heel raar zijn als er taken van de verloskundigen naar de gynaecoloog gaan. Die beweging van de eerste naar de tweede lijn gaat in tegen de algemene tendens in de zorg. Het is onwenselijk als de geboortezorg naar de tweede lijn gaat. Dat zou zelfs een zeer onwenselijke uitkomst zijn. De verloskundige moet alleen 'opschalen' naar de specialist en de tweede lijn als het echt moet. Er moeten geen zorgverleners zijn die gaan medicaliseren terwijl dat helemaal niet nodig is.

Hoe kijkt VWS naar de risicoselectie?

De verloskundige is opgeleid om vast te stellen dat er iets niet goed gaat met de zwangere en moet kunnen beoordelen of de zwangere naar de gynaecoloog moet. Wanneer een verloskundige precies doorverwijst en hoe dat wordt georganiseerd, daarover moet in de zorgketen gezamenlijk afspraken worden gemaakt. Ook hoe de verloskundige na doorverwijzingen naar het ziekenhuis op de hoogte blijft wat er met haar zwangere gebeurt. En dat ze de zwangere terugneemt als dat mogelijk is. Opschalen als het moet, afschalen als het kan.

Kan de verloskundige als zelfstandige ondernemer met eigen praktijk blijven bestaan?

Alle betrokken professionals vormen naar het idee van VWS een netwerk om samen een zo kwalitatief optimale en veilig mogelijke zorg rond de zwangerschap en geboorte te bieden. De wijze waarop ze dat gezamenlijk organiseren wordt regionaal bepaald. Er worden daarvoor geen specifieke modellen voorgeschreven. VWS verwacht dat de volwaardige optie van integrale bekostiging veel kansen biedt voor samenwerking tussen gynaecologen, verloskundigen en kraamverzorgenden die daarvoor zelf vrijwillig kiezen. Binnen het huidige systeem van afzonderlijke bekostiging komt dat veel lastiger tot stand omdat daar de prikkel bestaat om zwangeren binnen de 'eigen lijn' te blijven behandelen.

Een geboortezorgorganisatie is een gezamenlijke organisatie waarin de samenwerking tussen de (geboorte)zorgverleners en –organisaties vorm krijgt. Het is een integraal samenwerkingsverband dat zelf de eindverantwoordelijkheid heeft voor de inhoud, organisatie, kwaliteit en veiligheid van de geboortezorg in die regio. Het CPZ heeft diverse voorbeeldorganisatiemodellen ontwikkeld die partijen handvatten kunnen bieden in het vormgeven van de geboortezorgorganisatie. Deze laten ook zien dat er met de nieuwe bekostiging ruimte bestaat om zelfstandig ondernemer te blijven binnen een geboortezorgorganisatie.

Het is aan partijen om de samenwerkingsverbanden, binnen de wettelijke kaders, op zo'n manier vorm te geven dat het past bij de situatie in hun regio. Wat in de ene regio werkt, kan ergens anders minder goed werken. Daarbij mogen zorgaanbieders met meerdere zorgaanbieders samenwerken. De Mededingingswet verbiedt dergelijke samenwerkingsverbanden in beginsel niet.

Biedt de beleidsregel enige voorziening voor verloskundigen die hun praktijk zullen verliezen?

De integrale bekostiging van de geboortezorg zal als alternatieve optie bestaan naast de huidige bekostiging. Dat betekent dat verloskundigen de reguliere tarieven kunnen blijven declareren als zij niet aangesloten zijn bij de geboortezorgorganisatie, ook als er geen contract met de zorgverzekeraar zou zijn. Het moment waarop overwogen wordt de huidige bekostiging stop te zetten is het moment om te bezien welke consequenties dat eventueel heeft voor individuele aanbieders.

Wat betekent integrale bekostiging voor de keuzevrijheid van de cliënt?

Met integrale bekostiging wordt de keuzevrijheid van de zwangere niet ingeperkt, zowel op het gebied van zorg als zorgverlener. De zwangere hoeft niet alle geboortezorg bij één en dezelfde zorgverlener of geboortezorgorganisatie te ontvangen. Daarvoor hoeft de zwangere alleen maar naar de zorgverlener van haar keuze te stappen. De NZa heeft dit expliciet mogelijk gemaakt in de beleidsregel. In de evaluatie zullen de effecten van het experiment voor de keuzevrijheid voor de patiënt worden meegenomen. Ook is het mogelijk dat de zwangere kan wisselen tussen zorgverleners met én zonder een integraal tarief. Deze systematiek leidt tot een prikkel voor de geboortezorgorganisatie om zo goed mogelijke zorg aan de zwangere aan te bieden. Als zij ontevreden is, kan zij immers overstappen naar een andere geboortezorgorganisatie of andere zorgverlener. De geboortezorgorganisaties hebben daarmee een prikkel om het aanbod van geboortezorg binnen hun geboorteorganisatie kwalitatief hoogstaand te organiseren en te zorgen voor een ruim aanbod van zorg zodat de zwangere kan kiezen.

De beleidsregel integrale bekostiging biedt geen juridische garantie voor het plaatsvinden van thuisbevallingen, maar wel de juridische garantie dat thuisbevallingen kunnen worden bekostigd. De prikkel voor geboortezorgorganisaties om de zorg zo efficiënt mogelijk te organiseren biedt de garantie dat er in de toekomstige situatie nog steeds thuisbevallingen kunnen plaatsvinden. Thuisbevallingen zijn immers goedkoper dan bevallingen in een klinische setting. De keuzevrijheid voor de zwangere blijft hiermee gegarandeerd met daarbij natuurlijk wel de professionele afweging van de geboortezorgorganisatie in afstemming met de zwangere of een thuisbevalling veilig en mogelijk is.

Wat is het karakter en de scope van de beleidsregel integrale bekostiging?

De minister heeft met een aanwijzing de NZa de opdracht gegeven om op grond van artikel 58 van de Wet marktordening gezondheidszorg in haar regelgeving de mogelijkheid van een experiment op te nemen voor de bekostiging van integrale geboortezorg. Dit experiment loopt tot 31 december 2021. De resultaten van het experiment zullen worden betrokken bij de verdere beleidsontwikkeling op het gebied van de bekostiging van de geboortezorg.

Doel van het experiment is het bevorderen van de samenwerking in de geboortezorg door middel van integrale bekostiging van de geboortezorg. Het experiment ziet op geboortezorg, dit omvat o.a.:

A Geneeskundige zorg:

  • Obstetrische zorg met uitzondering van high care obstetrische zorg en geavanceerd ultrageluid onderzoek;
  • Antenatale consultatieve kindergeneeskundige zorg;
  • Eerstelijnsdiagnostiek voor zover die samenhangt met de zorgvraag van de cliënt;
  • Verloskundige zorg, uitgezonderd preconceptiezorg

B Kraamzorg

De huidige prestatiestructuur voor geboortezorg wordt omgevormd naar negen prestaties:

  1. Begeleiding eindigend voor 16 weken zwangerschap inclusief nazorg
  2. Geboortezorg prenataal
  3. Geboortezorg prenataal complex
  4. Geboortezorg nataal
  5. Geboortezorg nataal intramuraal op eigen verzoek
  6. Geboortezorg nataal complex
  7. Geboortezorg postnataal
  8. Geboortezorg postnataal complex
  9. Kraamzorg postnataal per uur

De tarieven voor de genoemde prestaties zijn vrij.

Voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars biedt het experiment de gelegenheid om ervaring op te doen met de gekozen prestatiestructuur, zich voordoende knelpunten op te lossen en de bestendigheid daarvan in de praktijk nauwlettend te monitoren en te toetsen. De NZa kan de prestatiestructuur in overleg met zorgaanbieders en zorgverzekeraars wijzigen met het oog op de doorontwikkeling van die structuur.

Het is nu mogelijk, voor regio's die daar aan toe zijn en daar zelf vrijwillig voor kiezen, om per 2017 gebruik te maken van de volwaardige optie van integrale bekostiging geboortezorg. De huidige afzonderlijke bekostiging voor kraamzorg, verloskundige- en medisch specialistische zorg zal daarnaast blijven bestaan. Mocht er in latere jaren tot landelijke invoering worden besloten zal uiteraard worden gekeken naar de ervaringen die met de volwaardige optie is opgedaan en die onder andere via de RIVM-monitor en de INCAS2-studie beschikbaar zal komen.

Worden regio’s gedwongen om ter starten met integrale bekostiging?

VWS gaat geen regio's aanwijzen. Als er op 1 januari 2017 bijvoorbeeld twee samenwerkingsverbanden willen starten met integrale bekostiging omdat de samenwerking goed loopt, dan moeten ze dat ook echt doen. VWS zou integrale bekostiging in de sector op hetzelfde moment en in een keer landelijk kunnen invoeren. Dat doet VWS niet. Integrale bekostiging stimuleert de onderlinge samenwerking en het verschuiven van taken alleen als de betrokken zorgverleners een goeie, uitgebalanceerde positie in die keten hebben. Is er ergens geen goede samenwerking, dan komt daar geen integrale bekostiging.

Van het afdwingen van een bepaalde samenwerkingsvorm door een verzekeraar kan ook geen sprake zijn. De zorgverzekeraar kan sturen op de kwaliteit en het tarief van de zorg in de afspraken met de geboortezorgorganisatie. Het is aan de geboortezorgorganisatie zelf om haar organisatievorm te bepalen. Verloskundigen zijn onderdeel van die organisatie en bepalen daarmee mede op welke wijze het samenwerkingsverband wordt vormgegeven. Daarnaast is het integrale tarief een vrijwillig te kiezen optie. Verzekeraars zijn voorstander van deze vrijwilligheid en voorstanden van daarnaast in stand houden van de huidige bekostiging.

Er is geen voornemen om de bestaande, sectorspecifieke bekostiging af te schaffen. Met integrale bekostiging worden die regio's die daarin belemmeringen ervaren gefaciliteerd, maar de regio's en zorgaanbieders die hier geen gebruik van willen maken gaat VWS niet dwingen. De garantie die verloskundigen hebben is dat de huidige prestaties verloskundige zorg blijven bestaan en ook gedeclareerd kunnen worden zonder dat er een contract is overeengekomen met de zorgverzekeraar. Verloskundigen zijn in die zin niet afhankelijk van de zorgverzekeraar om zorg aan zwangeren te kunnen leveren.

Hoe worden de knelpunten op juridisch, organisatorisch en fiscaal vlak opgelost en de regio’s ondersteund?

Alle bekende knelpunten zijn opgenomen op de implementatieagenda. De implementatieagenda is een dynamisch document. Activiteiten die zijn opgepakt en afgerond worden van deze agenda afgevoerd. Knelpunten die gaandeweg boven tafel komen worden eraan toegevoegd. Een thema van belang betreft bijvoorbeeld de fiscale consequenties van de overgang naar een geboortezorgorganisatie. In dit kader wordt op dit moment inzichtelijk gemaakt wat de fiscale gevolgen zijn van de verschillende door het CPZ ontwikkelde organisatiemodellen en bekeken of hier een met de Belastingdienst afgestemde handreiking voor kan worden ontwikkeld.

Het heeft de hoogste prioriteit om regio's te laten ondersteunen door de Taskforce van het CPZ. De eerste producten en diensten staan al ter beschikking voor de VSV's. Er is onderscheid gemaakt tussen specifieke ondersteuning voor de VSV's die per 1 januari 2017 over willen naar integrale bekostiging (maatwerk) en overwegend generieke ondersteuning voor de overige verloskundige samenwerkingsverbanden. De maatwerk ondersteuning wordt nu al geleverd aan de VSV's die reeds hebben aangegeven per 1 januari a.s. over te willen. VSV's die dit willen kunnen zich nog altijd aanmelden voor specifieke ondersteuning. In nauw onderling overleg wordt gekeken naar de benodigde ondersteuning en de wijze waarop dat vorm kan worden gegeven. Dit betreft ondersteuning bij het maken van concrete planningen, het opstellen van rekenmodellen, begrotingen en bedrijfsplannen, inzicht in consequenties van keuzes, opstarten van pilots en oplossen van vraagstukken (zorginhoudelijk, kwaliteitsmonitoring, inrichten van het cliëntperspectief, governance en verantwoordelijkheden, fiscaal, juridisch, mededinging, risicobeperking, ICT en EPD, etc.), alsmede het faciliteren van de uitwisseling van gegevens, modellen en informatie met andere verloskundige samenwerkingsverbanden.

Voor alle overige VSV's (die niet per 1 januari a.s. over gaan) wordt gewerkt aan generieke producten en diensten. Deze producten en diensten sluiten vanzelfsprekend naadloos aan en vloeien voort uit de specifieke ondersteuning zoals hiervoor genoemd. Deze producten en diensten zullen zo veel mogelijk geschikt zijn om door de VSV's zelf (of met beperkte ondersteuning van adviseurs en experts) toe te passen.

Deel via:

  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail

KNOV-regioteam: advies op maat

Voor ondersteuning bij de ontwikkeling voor de regionalisering van integrale zorg: het KNOV- regioteam.

Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen

Beroepsorganisatie van en voor verloskundigen

Word lid

Contact

Bel 030 282 31 00* of mail info@knov.nl

Bereikbaar van ma t/m vrij 9.00-17.00 uur

*Per 1 oktober 2019 wijzigt dit telefoonnummer in: 030 369 09 00