KNOV Winkelmandje (0) Menu

Onderzoek laat zien dat de verloskundige zorg effectiever kan

02 oktober 2013

Resultaten van een deze week gepubliceerd onderzoek naar eerstelijnsbevallingen (2000-2008) tonen aan dat verschuiven van verloskundige zorg van de eerste lijn naar de tweede lijn geen verbetering oplevert. Onderzoek toont aan dat de (gezondheids)uitkomsten voor moeder en kind gelijk blijven.

Het percentage acute verwijzingen blijft laag, het aantal spontane vaginale bevallingen onveranderd hoog en de sterftecijfers laag. Verder zijn er weinig medische interventies nodig die alleen een gynaecoloog kan uitvoeren. Volgens de KNOV laten deze uitkomsten zien dat de verloskundige zorg effectiever kan. De KNOV heeft de minister en de Tweede Kamer daarvoor een aantal concrete maatregelen geschetst. Tevens is een Taskforce ingericht specifiek voor substitutie van dure zorg naar minder dure zorg met minimaal behoud van kwaliteit. In de Taskforce zijn eerstelijns samenwerkingsverbanden vertegenwoordigd.

p>De verloskundige zorg verandert in hoog tempo. Uit onderzoek onder 789.795 vrouwen die bevallen zijn tussen 2000 - 2008 blijkt dat verloskundigen steeds vaker vrouwen aan het begin van de bevalling voor milde problemen verwijzen naar het ziekenhuis. Dit is gestegen van 19% in 2000 naar 27% in 2008. Dit komt deels door meer verzoeken om pijnstilling tijdens de bevalling, zoals een ruggenprik (5%). Ook onvoldoende voortgang tijdens de bevalling (6%) of als de baby in het vruchtwater heeft gepoept (meconiumhoudend vruchtwater) (9%) hebben geleid tot de stijging. In deze gevallen worden vrouwen overgedragen aan de zorg van de klinisch verloskundige en de gynaecoloog in het ziekenhuis. Het percentage verwijzingen in verband met acute grote problemen bleef met 2% laag.

Verwijzen geeft geen betere resultaten
Onderzoek toont aan dat de groei van het aantal verwijzingen geen verbeteringen oplevert voor moeder en kind. Volgens de KNOV laat dit zien dat de zorg doelmatiger kan én in het belang is van de zwangere die het liefste continue zorg wil dicht in de buurt. Kortom: minder verwijzingen, minder belasting van de medisch specialistische zorg en minder zorgkosten. Dit sluit aan bij de initiatieven in het land voor integrale geboortezorg en bij het Zorgakkoord: zorg in de wijk als het kan, zorg in het ziekenhuis als het moet. Dat is niet alleen efficiënter maar heeft - zo blijkt nu uit dit onderzoek- minimaal dezelfde kwaliteit en veiligheid als resultaat.

De verloskundige zorg kan anders
De zwangere wil het liefst continue begeleiding vanaf het begin van de bevalling[1]. Door een verloskundige en bij voorkeur steeds dezelfde verloskundige. Bij integrale zorg kan dit ook. De zwangere en haar partner staan centraal en de eigen verloskundige blijft de bevallende vrouwen begeleiden. Thuis, in een geboortecentrum of poliklinisch in het ziekenhuis. Ook als er sprake is van milde problematiek. Zij doet dat dan in nauwe samenwerking met de klinisch verloskundige in het ziekenhuis. Bij hoogrisico situaties, draagt zij de zwangere pas over aan de gynaecoloog.

Concrete substitutiemaatregelen
Kwaliteit van zorg gaat samen met doelmatige zorg, waarbij substitutie centraal staat. 
De KNOV heeft de minister en de Tweede Kamer daarvoor een aantal concrete maatregelen geschetst. Bovendien is een Taskforce Substitutie ingericht. De te realiseren doelmatigheidswinst kan voor een deel opnieuw worden geïnvesteerd om het aantal verwijzingen terug te dringen en kwaliteit van zorg te verbeteren. De Taskforce Substitutie gaat tevens de (maatschappelijke) meerwaarde van een intensievere inzet van de verloskundige zichtbaar maken (dichtbij, dag en nacht bij de zwangere thuis, positieve bijdrage bij zwangerschapsbeleving, preventie gezond leven start in een gezin). En voorstellen doen om dit in de praktijk te realiseren. Dit doen we door binnen de geboortezorg samen te werken om de zorg verantwoord, veilig en kwalitatief goed te blijven verlenen. Dit initiatief sluit goed aan op het onlangs gesloten Zorgakkoord Eerste Lijn 2014 -2017 en is in lijn met het contracteerbeleid van de grote verzekeraars.

Nog altijd weinig urgente verwijzingen
Verder blijkt uit het onderzoek dat na verwijzing weinig medische interventies nodig zijn die alleen een gynaecoloog kan uitvoeren, zoals een keizersnede of vacuümverlossing. Het percentage verwijzingen in verband met acute problemen bleef laag: bij ongeveer 2% van de bevallingen waren er grote problemen vóór de geboorte (zoals verdenking op foetale nood), en bij ongeveer 2% ná de geboorte van het kind (zoals problemen rondom de geboorte van de placenta).

Meer uitkomsten onderzoek
Voor de totale groep vrouwen veranderde het aantal spontane vaginale bevallingen niet: ruim 75% van vrouwen die een eerste kind kregen (primiparae) en meer dan 97% van alle vrouwen die al kinderen hadden (multiparae). Ook het aantal keizersnedes veranderde niet en bleef opvallend laag: 5,5% van de primiparae en 1,0 % van de multiparae kreeg een keizersnede.

Deel via:

  • Facebook
  • Twitter
  • Twitter
  • E-mail

Reacties

Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen

Beroepsorganisatie van en voor verloskundigen

Word lid

Contact

Bel 088 888 39 99 of mail info@knov.nl

Bereikbaar van ma t/m vrij 9.00-17.00 uur