Kraamzorgorganisaties

De KNOV zet zich actief in voor een toekomstbestendige kraamzorg, waarbij samenwerking met andere partijen, projecten en beleid in samenhang worden opgepakt.

De volgende partijen spelen een richtinggevende rol in de kraamzorg:

  • Het Kenniscentrum Kraamzorg (KCKZ) 
    Opgericht in 2012 uit samenwerking tussen ActiZ, BTN en de NBvK, heeft het KCKZ het kwaliteitsregister en accreditatiesysteem voor kraamverzorgenden geïntroduceerd. Hiermee kunnen kraamverzorgenden hun deskundigheid aantonen en onderhouden, en voldoen zij aan de eisen van de beroepsgroep. Het KCKZ ontwikkelt daarnaast landelijke protocollen voor kraamzorg.

  • Bo Geboortezorg 
    Deze brancheorganisatie, opgericht in 2016 vanuit een fusie van ActiZ en BTN, behartigt de belangen van kraamzorgorganisaties, ondersteunt bij bedrijfsvoering en stimuleert onderzoek en samenwerking. Bo Geboortezorg faciliteert organisaties bij het leveren van doelmatige, hoogwaardige geboorte- en kraamzorg, waarbij de klant centraal staat.

  • Nederlandse Beroepsvereniging voor de Kraamzorg 
    De NBvK zet zich in voor de belangen van kraamverzorgenden, zowel op beroepsinhoudelijk vlak als op collectieve en individuele arbeidsvoorwaarden, voor zowel werknemers als zzp’ers. Hoewel de vereniging klein is, blijft de KNOV hun positie in de geboortezorg ondersteunen waar mogelijk.

KNOV in kraamzorgprojecten

De KNOV neemt actief deel aan projecten en initiatieven die de kwaliteit en toegankelijkheid van kraamzorg versterken. Een belangrijk voorbeeld is de KLIM-pilot, waarin een indicatiemethodiek voor passende kraamzorg wordt onderzocht op basis van zorgdoelen en zorgzwaartepakketten.  Vanaf april 2026 starten zeven kraamzorgorganisaties met de pilot, waarna deze wordt geëvalueerd via de KIWO-studie en andere monitoring. De KNOV blijft betrokken, ook als aanvullende evaluaties nodig zijn om de belangen van verloskundigen goed te borgen.

Daarnaast participeert de KNOV in de adviesgroep functiedifferentiatie, die nieuwe functieprofielen voor kraamverzorgenden onderzoekt, en in het project partuspools, waarin vier regio’s regionale partuspools voor ondersteuning bij bevallingen opzetten. Vanuit de KNOV zetten we in op goede en beschikbare partusassistentie, met kraamverzorgenden met wie verloskundigen vaker samenwerken, in plaats van wisselende inzet of inzet vanuit andere regio's. Ook andere initiatieven, zoals verloskundigen bij een partus of kraamverzorgenden in de verloskundigenpraktijk, vallen binnen de scope van de KNOV.

Samenwerkingen

De KNOV werkt nauw samen met Bo Geboortezorg en KCKZ aan de ontwikkeling van een gezamenlijke visie voor de eerstelijns geboortezorg. Structurele overleggen zorgen ervoor dat partijen elkaar op de hoogte houden en gezamenlijk communiceren waar nodig.  Ook de handreiking zorgvraag buiten de richtlijn, gebaseerd op de KNOV/NVOG-leidraad, is in ontwikkeling.

Beleidscontext en lopende ontwikkelingen

De kraamzorg staat recentelijk volop in de schijnwerpers van overheid en media. Kamerbrieven en moties benadrukken het belang  van passende kraamzorg en de versterking van de sector. Thema’s zoals de eigen bijdrage voor kraamzorg, werkdruk, beloning van wachtdiensten en de toegankelijkheid van kraamzorg voor kwetsbare gezinnen staan hoog op de agenda.

De KNOV volgt deze ontwikkelingen nauwgezet en werken samen met andere partijen waar mogelijk, bijvoorbeeld door participatie in regiegroepen en werkgroepen, en door eigen evaluaties indien de belangen van verloskundigen of kraamverzorgenden onvoldoende worden meegenomen.

Onderzoeken en evaluaties

Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd om de kraamzorg beter te begrijpen en te verbeteren. Het RIVM onderzocht het verband tussen kraamzorg en zorggebruik bij moeder en kind, het Zorginstituut Nederland analyseerde het gebruik en zorgbehoefte van kraamgezinnen, en het IGJ houdt toezicht op kwaliteit en veiligheid van de zorg. De resultaten van deze onderzoeken worden gebruikt om beleid, pilots en samenwerking verder te ontwikkelen.

Toekomstvisie

De KNOV streeft naar een toekomstbestendige kraamzorg waarin capaciteitsproblematiek en toenemende zorgvragen in balans zijn met kwalitatieve en toegankelijke zorg. Een duidelijke lange termijn koers, samenwerking tussen alle betrokken partijen en actieve betrokkenheid van leden zijn essentieel om de sector verder te professionaliseren.