Nieuwsbericht

25 februari 2021

Vandaag heeft de Tweede Kamer een motie van Van Gerven (SP) en Bergkamp (D66) aangenomen waarin zij de minister vragen om het experiment integrale bekostiging niet op te nemen in de reguliere bekostiging. Het experiment wordt met één jaar verlengd. Het volgende Kabinet zal een beslissing over het vervolg nemen.

Goede uitkomst voor de KNOV

De KNOV is tevreden met de uitkomst van dit hele traject. Wij vinden het opnemen van de integrale bekostiging als reguliere bekostiging prematuur. Op basis van de evaluatie is geen duidelijke conclusie te trekken over de meerwaarde van de integrale bekostiging. Bovendien merken we op dat het echt onwenselijk is wanneer een IGO wordt opgezet zonder draagvlak in de regio. Tegelijkertijd zijn er bij aanvang van het experiment een aantal IGO’s opgesteld met draagvlak van de verschillende partijen. Onze leden in deze IGO’s willen de ruimte krijgen om knelpunten op te pakken en deze op te lossen. Doordat het experiment wordt verlengd houden ze deze ruimte.

Veel werk - forse lobby

De afgelopen maanden is er bij de KNOV hard gewerkt om dit te bereiken. Er is uitgebreid gelobbyd, zowel openbaar via de media als achter de schermen. Vele gesprekken gevoerd met stakeholders. We hebben hierin samengewerkt met andere partijen. Het was van groot belang dat Kamerlid Van Gerven (SP) het onderwerp steeds op de Kameragenda heeft gezet en gehouden. We danken onze leden die hebben bijgedragen aan dit traject door input te leveren of ons te ondersteunen bij stakeholders.

Goede randvoorwaarden voor een IGO

De KNOV is van mening dat er goede randvoorwaarden nodig zijn voordat in een regio een IGO gestart kan worden. In sommige regio’s is de samenwerking juist erg goed, omdat er geen IGO is. Dwingende samenwerking in één specifieke organisatievorm werkt zelden goed. Er is geen ‘one size fits all’. Zo moet er voldoende draagvlak zijn in een regio om een IGO op te starten. Ook de gelijkwaardigheid op alle vlakken tussen de partijen moet geborgd zijn. Niet alleen op korte termijn, maar ook op lange termijn. Voor het creëren van goede randvoorwaarden kan ook geleerd worden van de reeds bestaande IGO’s. Om te kijken of er nadere afspraken of mitigerende maatregelen passend zijn.

De verloskundige zit overal

Het mooie van onze beroepsgroep is dat wij in alle verschillende organisatievormen zitten: in een IGO, in een zorggroep, in het ziekenhuis of in de eigen praktijk. We zien onszelf als caseloader of juist als academicus. Sommigen zijn ondernemer, maar anderen willen juist liever werken in loondienst of als waarnemer. Dat maakt onze groep uniek in de geboortezorg. En dat unieke benutten we niet altijd. De verschillen worden de afgelopen tijd vaak uitvergroot. We vergeten dan wel eens dat we allemaal hetzelfde werk doen. Dat we het op kwaliteit van zorg vaak met elkaar eens zijn. Dat we met zijn allen de beste zorg voor de zwangere vrouw willen leveren. We vergeten ook dat in onze verschillen ook onze kracht zit. Want verschillen zijn nodig. Daar kan je van leren. Voor de keuze van de vrouw, maar ook voor de keuze van de verloskundige. Omdat wij hierdoor meer kennis in huis hebben. Maar ook omdat wij flexibel kunnen inspelen op de verschillende wensen van onze cliënten. De komende periode zullen we hier meer aandacht aan schenken. Daarbij worden de leden uitgebreid betrokken.

Verbetering van de bekostiging; hoe nu verder?

De komende periode loopt een aantal trajecten rondom de bekostiging van de geboortezorg. Het betreft:

  • In afstemming met de BO geboortezorg, NVOG en de Patiëntenfederatie, onder leiding van het ministerie van VWS, overleg over de toekomst van de bekostiging per 2028
  • Met verschillende partijen komen tot randvoorwaarden voor het opzetten van IGO
  • Opzetten van alternatieve experimenten, verplaatsen van zorg, nieuwe organisatievormen, innovatie, etc. Vanuit het oogpunt dat we de geboortezorg met elkaar kwalitatief beter willen maken

Voor deze verschillende trajecten gaan we leden betrekken via werkgroepen. Bovendien formeren we een klankbordgroep om met ons mee te denken.