KNOV Winkelmandje (0) Menu

Keuzevrijheid plek van bevallen

Gepubliceerd: 31 mei 2016, laatste update: 27 mei 2021

In Nederland kunnen vrouwen – zonder medische indicatie - kiezen of zij thuis, in het geboortecentrum, poliklinisch of in het ziekenhuis willen bevallen. De KNOV pleit voor het behoud van de keuzevrijheid voor de plek van bevallen. De keus waar te bevallen is aan de vrouw en haar partner. Het is de taak van de verloskundige om goed onderbouwde informatie te geven over al deze bevalplekken. Verloskundigen zijn op alle deze plekken werkzaam (dus zowel in de eerste als tweede lijn).

Gepland thuis of poliklinisch bevallen: even veilig

De gezondheidsuitkomsten voor de baby zijn voor vrouwen die van plan zijn om thuis te bevallen als voor vrouwen die van plan zijn poliklinisch te bevallen even goed. Dat blijkt uit een groot onderzoek dat gepubliceerd is in het BJOG; International Journal of Obstetrics and Gynaecology.Deze cohortstudie, gebaseerd op PRN data van onder andere Ank de Jonge, afdeling Midwifery Science VUMc, is gehouden onder 743.070 vrouwen - die aan het begin van de baring onder begeleiding waren van een eerstelijns verloskundige. De onderzoekers vonden geen verhoogd risico op ongunstige perinatale uitkomsten (babysterfte, geboren met een slechte start of opname op de kinderafdeling) bij geplande thuisbevallingen van gezonde zwangeren met een eerste kind vergeleken met geplande poliklinische bevallingen. Voor vrouwen die al eerder een kind hadden gekregen en gepland hadden om thuis te bevallen, waren de uitkomsten beter voor het kind, zoals een hogere Apgar score.

Thuis bevallen: minder vaak medische interventies

Vrouwen die thuis beginnen aan de bevalling hebben minder vaak medische interventies nodig, zoals hormonen om de weeën op te wekken of een ruggenprik of pompje voor pijnbestrijding. Ook bevallen ze vaker spontaan, zonder vacuümpomp of keizersnede. Ook zijn de ervaringen van vrouwen beter. Een bevalling plannen in het ziekenhuis geeft minder kans op verplaatsing met een ambulance of, in zeldzame gevallen, met spoed.

Goede voorlichting voor weloverwogen keuze

De keuze kan beïnvloed worden door het verloop van de zwangerschap en bevalling. De zwangere vrouw bespreekt met haar verloskundig zorgverlener waar zij wil gaan bevallen. Bij het bepalen van haar keuze staat goede voorlichting centraal. De verloskundige licht de vrouw voor over de mogelijkheden waarbij ze de voor- en nadelen bespreekt. Aangezien iedere zwangerschap en geboorte anders is, zal de verloskundige daar haar voorlichting in samenspraak met de zwangere op afstemmen. De verloskundige is dé poortwachter van de geboortezorg; zij bewaakt de fysiologie binnen het geboorteproces. En zij zorgt continu voor goede en veilige begeleiding tijdens de zwangerschap en geboorte. Aangevuld met specialistische zorg als dat nodig is.

Tevredenheid vrouwen bij start bevalling eerstelijn

Vrouwen die in de eerstelijn beginnen aan de baring zijn heel tevreden over hun zorgverleners; op een schaal van 1 tot 10 scoren ze gemiddeld 9,1 als ze thuis begonnen zijn en 8,9 als ze in het ziekenhuis begonnen zijn. De kwaliteit van de zorg scoren ze op een schaal van 1 tot 4 gemiddeld met een 3,9 als ze thuis begonnen zijn en 3,8 als ze in het ziekenhuis zijn begonnen. Vrouwen die bevallen van hun eerste kind en verwezen worden scoren op beide maten hoger als ze thuis begonnen zijn.
Ervaringen van vrouwen die van plan zijn om met de eerstelijns verloskundige in het ziekenhuis of in een geboortecentrum te bevallen verschillen niet zoveel. Vrouwen die van plan waren thuis te bevallen voelden zich vaker respectvol behandeld en betrokken bij het maken van beslissingen.

Bevallen in tweedelijn

Tweedelijns bevalling met medische indicatie
Als medische bewaking of ingrepen noodzakelijk zijn, verwijst de verloskundige naar het ziekenhuisteam; de gynaecoloog is dan verantwoordelijk, maar de zorg wordt meestal gegeven door een verloskundige van het ziekenhuis of een arts in opleiding. De kans op verwijzing is kleiner als een vrouw thuis begint dan in een geboortecentrum of in het ziekenhuis. Een vrouw die voor de eerste keer bevalt en thuis begint heeft ongeveer 60% kans om verwezen te worden en een vrouw die al eerder bevallen is 20%; minder dan 5% van de verwijzingen is met spoed. Bij een eerste kind is de kans op verwijzing tijdens het persen (meestal met een ambulance) ongeveer 15% en bij volgende kinderen minder dan 2%. Je kunt ook zeggen; een vrouw die voor het eerst bevalt heeft ongeveer 80% kans dat ze thuis bevalt of zonder spoed verwezen wordt en met de auto naar het ziekenhuis gaat. Bij volgende bevallingen is die kans meer dan 90%. Een vrouw die in het ziekenhuis of in een geboortecentrum gaat bevallen heeft 100% kans op transport naar het ziekenhuis omdat de bevalling thuis begint. Overigens bevallen vrouwen die van plan waren in het ziekenhuis te bevallen soms thuis omdat ze van mening veranderen of omdat ze te snel bevallen; dit geldt voor 1 op de 11 vrouwen die bevallen van hun eerste kind en 1 op de 4 vrouwen die al eerder zijn bevallen.

Tweedelijns bevalling zonder medische indicatie
Sommige vrouwen zonder medische risico's kiezen ervoor om in de tweedelijn te bevallen. Ze worden dan niet verwezen tijdens de bevalling want ze worden vanaf het begin van de bevalling begeleid door het ziekenhuisteam. In de tweedelijn hebben vrouwen veel vaker medische ingrepen zoals een ruggenprik, keizersnede, vacuümbevalling of knip. Ook hebben deze vrouwen vaker ernstig bloedverlies en wordt hun kind vaker opgenomen op de intensive care afdeling.

Gevoel controle bij bevalling

Vrouwen geven gemiddeld een score van 56,3 tot 63,5 op een schaal van 11 – 77 voor het gevoel van controle tijdens de bevalling. Vrouwen die thuis beginnen aan de bevalling hebben iets meer gevoel van controle dan de groep die in het ziekenhuis begint. Vrouwen die verwezen worden scoren gemiddeld 53,9 tot 59,7 voor het gevoel van controle. Vrouwen die al eerder een of meer kinderen hebben gehad en bij een volgende bevalling thuis beginnen en verwezen worden hebben meer gevoel van controle dan als ze in het ziekenhuis beginnen en verwezen worden.

Meer informatie

  • Geerts, C.C. et al., 2014. Birth setting, transfer and maternal sense of control: results from the DELIVER study. BMC.Pregnancy.Childbirth., 14, p.27-.
  • Geerts, C.C. et al., 2017. Satisfaction with caregivers during labour among low risk women in the Netherlands: The association with planned place of birth and transfer of care during labour. BMC Pregnancy and Childbirth, 17(1).
  • Hermus, M.A.A. et al., 2017. Differences in optimality index between planned place of birth in a birth centre and alternative planned places of birth, a nationwide prospective cohort study in The Netherlands: results of the Dutch Birth Centre Study. BMJ open, 7(11), p.e016958.
  • Hitzert, M. et al., 2016. Experiences of women who planned birth in a birth centre compared to alternative planned places of birth. Results of the Dutch Birth Centre Study. Midwifery, 40, pp.70–78. Available at: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/27428101 [Accessed July 25, 2016].
  • Offerhaus, P.M. et al., 2014. Change in primary midwife-led care in the Netherlands in 2000-2008: A descriptive study of caesarean sections and other interventions among 789,795 low risk births. Midwifery, 30(5).
  • Zhang, J. et al., Caesarean section rates in subgroups of women and perinatal outcomes. BJOG., Epub ahead, p.

Deel via:

  • Facebook
  • Twitter
  • Twitter
  • E-mail

Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen

Beroepsorganisatie van en voor verloskundigen

Word lid

Contact

Bel 088 888 39 99 of mail info@knov.nl

Bereikbaar van ma t/m vrij 9.00-17.00 uur