Plaatsingsdatum: 21 augustus 2013
Het beroepsprofiel verloskundige en klinisch verloskundige zijn richtinggevend voor het werk van de verloskundige in Nederland en vormen de basis voor de inrichting van de opleidingen tot verloskundige, respectievelijk klinisch verloskundige.
Het beroep van verloskundige is voortdurend in ontwikkeling. Deze ontwikkelingen worden vastgelegd in het beroepsprofiel. Het beroepsprofiel geeft aan wat van verloskundigen verwacht mag worden en welke competenties dat vraagt van verloskundigen. Daarnaast vormt het de basis voor het opleidingsprofiel van de initiële opleiding tot verloskundige. In de Algemene Ledenvergadering van juni 2014 heeft de KNOV het nieuwe beroepsprofiel verloskundige vastgesteld. Het vorige beroepsprofiel dateerde uit 2005.
Grote diversiteit
Er is een grote diversiteit in de beroepsgroep. Verloskundigen werken in eigen praktijken, in coöperaties/verenigingen, in ziekenhuizen en geboortecentra. Uitgangspunt in het beroepsprofiel is dat iedere verloskundige die van de opleiding afkomt in staat moet zijn zelfstandig de volledige verloskundige zorg te verlenen. Daarnaast moeten verloskundigen voldoende kwaliteiten hebben om zich door te ontwikkelen op inhoudelijke gebied (bv. uitwendige versie, echo, lactatiekundige), zich te specialiseren en door te groeien voor nieuwe functies als docent, beleidsmedewerker, manager, onderzoeker.
Integrale zorg, anticonceptie, andere vormen van pijnbehandeling, public health, wetenschap
Het beroepsprofiel verloskundige (zie sidebar rechts van deze pagina, onder Ondersteunende producten) sluit aan bij de ontwikkelingen rond integrale zorg en de nieuwe bevoegdheden op het gebied van pijnstilling en anticonceptie. Daarnaast zijn de ontwikkelingen opgenomen, die sinds 2005 door de beroepsgroep zijn opgepakt: prenatale screening, counseling, uitwendige versie, continue begeleiding tijdens de baring, vervroegde inzet partusassistentie, samenwerken in een situatie van marktwerking, perinatal audit, openbare verantwoording en continue bij- en nascholing. Tot slot krijgen public health en wetenschap een belangrijke plaats in het nieuwe beroepsprofiel.
Verloskundigen uit het veld, opleiders en experts
Aan het nieuwe beroepsprofiel is gewerkt door een projectgroep van verloskundigen. Deze projectgroep heeft documenten geanalyseerd, interviews gehouden met experts en vraagstukken voorgelegd aan een klankbordgroep van verloskundigen. Verloskundigen in het land hebben via kringen feedback gegeven. Tot slot is het nieuwe beroepsprofiel ter consultatie voorgelegd aan NHG en LHV, Actiz, V&VN, NVOG, NVK en NVA. Naar aanleiding van deze consultatie is het beroepsprofiel op onderdelen aangescherpt.
Beroepsprofiel klinisch verloskundige
Het beroepsprofiel klinisch verloskundigen (zie sidebar rechts van deze pagina, onder Ondersteunende producten) is vastgesteld door de ledenvergaderingen van de KNOV en NVOG. Het beroepsprofiel is van toepassing op verloskundigen die werkzaam zijn in zowel academische ziekenhuizen, opleidingsziekenhuizen en perifere ziekenhuizen. Het beschrijft de kern van het beroep van klinisch verloskundigen en geeft aan waar de competenties van de verloskundige moeten worden uitgebreid om hun taken binnen de kliniek uit te kunnen voeren. Het beroepsprofiel leidt tot professionalisering van het vakgebied en vergroot de herkenbaarheid en inzichtelijkheid van het werk. Hierdoor wordt duidelijkheid geschept in de kaders van haar rol, plaats en positie in de klinische setting. Sinds september 2021 zijn klinisch verloskundigen wettelijk bevoegd om verloskundige handelingen zelfstandig in het ziekenhuis uit te voeren. Bekwaamheid is een voorwaarde voor deze bevoegdheid. De registratie van bekwaamheid zal via de door de KNOV en NVOG samen opgestelde eisen worden geregeld in een kwaliteitsregister van de beroepsgroep. De klinisch verloskundigen die nu PA zijn opgeleid, zullen sowieso tot dit register worden toegelaten. De uitwerking van dit register zal door de NVOG en KNOV in het najaar 2021 ter hand worden genomen.