Nieuwsbericht

09 februari 2026

De kraamzorg ervaart druk op de capaciteit. De KNOV krijgt signalen dat hierdoor ook de druk op verloskundigen toeneemt. Er lijkt sprake te zijn van een ongelijke verdeling van kraamzorg, wat vooral gezinnen treft die de zorg het meest nodig hebben. Partusassistentie is in bepaalde regio's niet meer vanzelfsprekend. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, loopt er een landelijke transitie, met projecten en pilots gericht op kraamzorg die toegankelijk is en blijft in de toekomst. Tegelijkertijd werken de KNOV en Bo Geboortezorg aan een gezamenlijke toekomstvisie voor goede toegankelijke eerstelijns geboortezorg.

Spanning in de praktijk – gezamenlijke visie eerstelijns geboortezorg

Door de uitdagingen in de kraamzorg ontstaan ook spanningen in de praktijk. De KNOV krijgt signalen dat de keuzevrijheid voor zwangeren soms onder druk komt te staan en dat partusassistentie soms wordt geweigerd. Er ontstaan regionale initiatieven die op korte termijn verlichting bieden, maar geen structurele oplossing vormen voor de uitdagingen. Samen met kraamverzorgenden kunnen verloskundigen juist sterk staan voor gezondheidsbevordering en relationele zorg. Daarom werken KNOV en Bo Geboortezorg aan duidelijke uitgangspunten die richting geven aan een gezamenlijke toekomstvisie op de eerstelijns geboortezorg.

Leren uit de praktijk: de KLIM-pilot

De landelijke transitie in de kraamzorg loopt door, met onder andere de KLIM-pilot (Kraamzorg Landelijke Indicatie Methodiek), waarbij de KNOV is aangesloten. Deze pilot onderzoekt een indicatiemethodiek voor passende kraamzorg, aan de hand van zorgdoelen, zorgzwaartepakketten en een combinatie van fysieke en digitale zorg (waar dit mogelijk is). Hoewel de KNOV ook andere oplossingen ziet naast deze pilot, kan de informatie die hierbinnen wordt opgehaald - in combinatie met een zorgvuldige evaluatie -  waardevolle inzichten bieden.

Deze evaluatie richt zich op de ervaringen en uitkomsten uit de pilot en wordt gewogen op basis van de gezamenlijke toekomstvisie. De betrokkenheid van deelnemende verloskundigen is daarbij van groot belang.

Meerdere oplossingen

Naast deelname aan de landelijke transitieplannen staat de KNOV open voor andere mogelijke oplossingen in de praktijk, zoals twee verloskundigen bij een baring of een verloskundige die samenwerkt met een kraamverzorgende in dienst van de praktijk.

Als je merkt dat de uitvoering van kraamzorg in jouw regio goed verloopt of juist stroef loopt, neem dan contact op met de KNOV. Het delen van ervaringen helpt om knelpunten vroeg te signaleren en bij te sturen.