Nieuwsbericht

17 april 2026

De afgelopen periode zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd naar het gebruik, de inzet en de kwaliteit van kraamzorg in Nederland. De KNOV brengt de uitkomsten samen en gebruikt deze inzichten actief om samen met Bo Geboortezorg en andere partijen de kraamzorg toekomstbestendig te maken.

Wat laten de rapporten zien?

De drie publicaties, van Zorginstituut Nederland, de IGJ en het RIVM, geven een consistent beeld: de kraamzorg staat onder druk en het aantal uren kraamzorg per gezin daalt, terwijl de zorgvraag toeneemt. Zorginstituut Nederland concludeert dat vooral gezinnen in een kwetsbare situatie vaker minder dan de minimale 24 uur ontvangen: 21% van de gezinnen in kwetsbare situaties tegenover 8% van de niet-kwetsbare gezinnen. Ook zijn er duidelijke regionale en sociaaleconomische verschillen, met minder inzet van kraamzorg in stedelijke gebieden en bij lagere inkomens. Het RIVM vindt geen duidelijke relatie tussen het aantal kraamzorguren en later zorggebruik of zorguitgaven. Tegelijkertijd worden volgens de IGJ de gevolgen van de capaciteitsproblemen meer voelbaar voor zwangeren en kraamvrouwen, ondanks de inzet en professionele zorg die kraamverzorgenden leveren.

De onderzoeken benadrukken het belang van:

  • passende kraamzorg op basis van de daadwerkelijke zorgbehoefte van het gezin;
  • een betere onderbouwing van indicatiestelling, zodat kraamzorg wordt ingezet waar deze het meest nodig is;
  • verlaging van drempels in de toegang tot kraamzorg, zoals de verplichte eigen bijdrage;
  • versterking van regionale samenwerking en coördinatie.

Wat betekent dit voor verloskundigen en de KNOV?

De bevindingen uit de onderzoeken raken direct aan de dagelijkse praktijk van verloskundigen. Verloskundigen en kraamverzorgenden werken nauw samen, tijdens de bevalling en de postpartumperiode. Met elkaar dragen we bij aan een goede start voor het gezin. Minder uren of minder voorspelbare inzet van kraamzorg kan gevolgen hebben voor vroegsignalering, ondersteuning van gezinnen en de samenwerking in de keten. In de praktijk betekent dit dat verloskundigen een groter deel van de zorg en ondersteuning op zich nemen, waardoor de grenzen van de werkdruk en haalbaarheid vaker worden opgezocht. Vanzelfsprekend willen we dat de kraamzorg goed wordt ingezet en dat deze zorg kan veranderen afhankelijk van de zorgbehoefte van het gezin.

Samenwerken aan passende en toekomstbestendige geboortezorg

De KNOV herkent de geschetste ontwikkelingen in de drie rapporten. De rapporten bieden daarmee ondersteuning aan projecten die we met KCKZ en Bo Geboortezorg oppakken. Zo werken we met elkaar aan:

  • Gezamenlijke visie eerstelijn - Een gezamenlijke visie op eerstelijns geboortezorg wordt opgesteld, die richting geeft aan beleid, samenwerking en prioritering op korte en lange termijn. Het biedt ook handvatten voor de regio’s en partijen om op korte termijn stappen te zetten.
  • Experimenten met indicatiemethodiek - Binnen de KLIM-pilot wordt een indicatiemethodiek voor passende kraamzorg onderzocht, waarbij inzet beter wordt afgestemd op zorgbehoefte. In april starten zeven kraamzorgorganisaties met de pilot, waarbij de betrokkenheid en ervaringen van verloskundigen van groot belang zijn en worden meegewogen in de evaluatie. Bekijk op passendekraamzorg.nl in welke postcodegebieden met de KLIM-pilot wordt gewerkt.
  • Functiedifferentiatie en partuspools - Landelijk wordt functiedifferentiatie binnen de kraamzorg onderzocht, waarbij Bo geboortezorg het voortouw neemt. De focus ligt op partusassistentie en reguliere kraamzorg als aparte functies. Ook wordt gekeken naar de inrichting van regionale partuspools om de ondersteuning rond de bevalling beter te organiseren en de regionale samenwerking te versterken. Vanuit de KNOV zetten we in op goede en beschikbare partusassistentie, met kraamverzorgenden met wie verloskundigen vaak samenwerken, in plaats van wisselende inzet of inzet vanuit andere regio's.
  • Innovaties in de kraamzorg - Er zijn meerdere mogelijke oplossingsrichtingen, zoals de pilot met twee verloskundigen bij een baring, verloskundigenpraktijken die nauw samenwerken met kraamverzorgenden in de wijk of het in dienst hebben van kraamverzorgenden. We kijken daarbij breder dan alleen deze voorbeelden van innovaties.
  • Richtlijn postnatale zorg - De KNOV herziet de richtlijn postnatale zorg en brengt deze in lijn met de beroepsidentiteit en het aankomende beroepsprofiel. Dit beslaat de volledige postnatale zorg en is daarmee breder dan alleen kraamzorg. Waar passend worden andere zorgverleners betrokken.

De KNOV blijft nauw betrokken bij deze ontwikkelingen en houdt leden op de hoogte van de vervolgstappen.