De KNOV neemt woensdag 1 juli deel aan een stakeholdersessie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SWZ), in samenwerking met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), over de verdere uitwerking van de Zelfstandigenwet.
Deze wet moet meer duidelijkheid geven over wanneer iemand als zelfstandige werkt en welke verantwoordelijkheden daarbij horen. Dat raakt direct zowel zelfstandig werkende verloskundigen (zoals waarnemers) als praktijkhouders die met hen samenwerken.
Wat wil de KNOV bereiken?
De KNOV onderschrijft het belang van heldere regels om schijnzelfstandigheid te voorkomen. Tegelijkertijd zien wij dat de huidige uitwerking onvoldoende aansluit bij de praktijk van zorgverleners, en specifiek bij verloskundigen.
Tijdens de sessie brengen wij daarom actief in dat:
-
Waarneming essentieel is voor continuïteit van zorg
Tijdelijke inzet van zelfstandig werkende verloskundigen is onmisbaar voor het opvangen van pieken, ziekte en verlof. Beperkingen hierin zetten de toegankelijkheid van zorg onder druk.
-
Professionele zelfstandigheid centraal moet staan
Verloskundigen werken autonoom en onder eigen (tuchtrechtelijke) verantwoordelijkheid. Hun zelfstandigheid komt voort uit professionele bevoegdheid, niet uit commercieel ondernemerschap.
-
Criteria beter moeten aansluiten op de zorgpraktijk
Indicatoren zoals acquisitie, uniek ondernemerschap of grote investeringen passen niet bij de realiteit van waarnemers in de geboortezorg.
-
Duidelijkheid nodig is voor praktijkhouders
Zij moeten zelfstandig werkenden op een juridisch verantwoorde en werkbare manier kunnen blijven inzetten, zonder toenemende risico’s of onzekerheid.
De KNOV pleit voor een meer sectorspecifieke benadering, waarbij rekening wordt gehouden met de aard van gereguleerde zorgberoepen en de organisatie van eerstelijnszorg.
We houden je op de hoogte.