In 2025 actualiseerde de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) de multidisciplinaire richtlijn 'Haemorrhagia PostPartum’ (HPP) modulair. De KNOV nam deel aan deze actualisatie en is per module gekomen tot een besluit tot autorisatie, geen-autorisatie of een formele verklaring van geen bezwaar.
Je vindt de richtlijn hier.
Hieronder een overzicht van de modules en de beoordeling vanuit de KNOV:
- Module Tranexaminezuur (TXA) ter preventie van HPP: geen autorisatie
- Module Tranexaminezuur in de behandeling van HPP: verklaring van geen bezwaar
- Module Dosering van oxytocine ter preventie van HPP: geen autorisatie
- Module Vullingsbeleid bij HPP: geautoriseerd
- Module Fibrinogeen bij vrouwen met bloedverlies van 500 mL of meer postpartum: verklaring van geen bezwaar
- Module Aanvullende uterotonica bij de behandeling van HPP: geautoriseerd
- Module Andere uterotonica dan oxytocine ter preventie van HPP: geautoriseerd
- Module Intra-uteriene ballontamponade bij HPP: verklaring van geen bezwaar
- Module Stollingscorrectie bij HPP: verklaring van geen bezwaar
- Module Organisatie van zorg bij HPP: geautoriseerd
Niet geautoriseerde modules
De module ‘Tranexaminezuur (TXA) ter preventie van HPP’ heeft de KNOV niet geautoriseerd. De reden hiervoor is dat in aanbeveling 2 geadviseerd wordt om te overwegen om tranexaminezuur profylactisch toe te dienen bij vrouwen die vaginaal baren en een verhoogd risico hebben op HPP, terwijl onderbouwing, zowel in de literatuur als rationale, hiervoor ontbreekt.
De module ‘Dosering van oxytocine ter preventie van HPP’ heeft de KNOV niet geautoriseerd. De reden hiervoor is dat er een aanbeveling is geformuleerd om vrouwen met een vaginale baring en een hoog risico op een HPP een onderhoudsdosering oxytocine te geven, waardoor iemand ten minste vier uur lang klinisch zal moeten verblijven. Hier is geen rationale voor en er zijn genoeg situaties te bedenken waarbij dit onwenselijk is vanuit patiënt, zorgverlener en capaciteitsuitdagingen. Daarnaast ontbreekt onderbouwing voor de genoemde risicofactoren in de Fluxus Implementatie Strategie, waardoor het maken van individuele afwegingen niet mogelijk is. Deze combinatie leidt tot een hoog-risicoclassificatie van een (te) grote groep vrouwen en daarmee (mogelijke) overbehandeling van een grote groep barenden.
Formele verklaring van geen bezwaar
De modules die zijn voorzien van een formele verklaring van geen bezwaar zijn zo beoordeeld vanwege het specialistische karakter van de aanbevelingen en het feit dat deze modules geen directe implicaties hebben voor de verloskundige praktijkvoering. Het bestuur van de KNOV heeft daarom besloten om deze modules in formele zin niet te autoriseren. Wel wil de KNOV formeel aangeven geen bezwaar te hebben tegen de inhoud van deze modules en geven wij een formele ‘verklaring van geen bezwaar’ af.
Geautoriseerde modules
De overige modules (3, 5, 6 en 9) zijn geautoriseerd. Wij vertrouwen erop dat deze modules en de modules met verklaring van geen bezwaar bijdragen aan passende en waardegedreven zorg voor de zwangere met een HPP binnen de tweedelijnszorg.