KNOV Winkelmandje (0) Menu

Het inrichten van integrale zorg kun je maar één keer goed doen!

14 november 2013

De besturen van NVOG en KNOV hebben een compacte werkgroep geformeerd om overeenkomsten en verschillen in visie over integrale zorg helder in kaart te brengen. Gemeenschappelijk belang hiervoor is het leveren van de beste zorg voor moeder en kind en het bieden van duidelijkheid hierover aan ‘het veld’. Onder leiding van een externe voorzitter is deze inventarisatie op 7 oktober jl. gemaakt (zie verslag).

Vastgesteld kan worden dat beide partijen het er over eens zijn dat bij de inrichting van integrale zorg de expertises van beide professionals beter benut moeten worden. En dat we gezamenlijk in de verloskundige keten onze Europees relatief slechte positie qua uitkomsten, moeten verbeteren.

Over de wijze waarop, zijn de meningen verdeeld. Vooral over 2 belangrijke pijlers van het ideale verloskundige systeem bestaat een andere visie: samenwerken met behoud van autonomie, het belang van continuïteit van zorg en de formele (eind)verantwoordelijkheid van de verloskundige voor de risicoselectie. De NVOG stelt - ongegrond - dat de Europees relatief slechtere babysterfte uitkomsten te wijten zijn aan gebrekkige samenwerking en het falen van het systeem van risicoselectie. Zij pleiten voor een systeem van ‘shared care’ waarin gynaecologen en verloskundigen gezamenlijk zorg verlenen aan zwangeren.

Echter, de KNOV vindt dat dit alleen ter discussie gesteld kan worden op basis van gedegen evidence. Volgens de KNOV, miskent de NVOG hiermee dat er steeds meer (internationaal) bewijs is dat pleit voor het systeem ‘midwife-led continuity of care’: waarbij de verloskundige aan het roer staat en de eerste verantwoordelijke is voor het zorgproces. Uit onderzoek blijkt dat het meer centraal zetten van de verloskundige, niet alleen de kwaliteit (uitkomsten moeder en kind) maar ook de doelmatigheid verbetert. Overigens betekent dit niet dat gynaecologen onbelangrijk zijn. Integendeel: het kader voor een goede risicoselectie kan alleen samen met gynaecologen en kinderartsen vormgegeven worden. Een soepele samenwerking tussen de verschillende beroepsgroepen is daarbij een vereiste.

De KNOV maakt zich hard in het belang van moeder en kind, om voor dit onderbouwde inzicht maatschappelijk draagvlak te krijgen. Centraal staat dat wij gezamenlijk in de verloskundige keten willen werken aan de verbetering van perinatale en maternale uitkomsten op een effectieve en doelmatige wijze.

​Verslag ‘witte rookdag’ werkgroep perinatale zorg - 7 oktober 2013

Aanwezig: Ank de Jonge, Anneke Kwee, Eric Steegers, Guid Oei, Jolijn Betlem, Linda Rentes. Begeleiding en verslag: Wout Raadgers

Doel van de witte rookdag is het komen tot een voor het KNOV en NVOG acceptabele eenduidige formulering van de kaders voor de gewenste samenwerking tussen eerste- en tweedelijns verloskundigen en gynaecologen. Gemeenschappelijk belang is het leveren van de beste zorg voor moeder en kind en het bieden van duidelijkheid aan ‘het veld’.

Deel via:

  • Facebook
  • Twitter
  • Twitter
  • E-mail

Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen

Beroepsorganisatie van en voor verloskundigen

Word lid

Contact

Bel 088 888 39 99 of mail info@knov.nl

Bereikbaar van ma t/m vrij 9.00-17.00 uur