KNOV Winkelmandje (0) Menu

Druk op financiering averechts effect op geboortezorg

08 maart 2016

De KNOV maakt zich zorgen over de invoering van integrale bekostiging en de snelheid en manier waarop dit ingevoerd gaat worden. De KNOV gaat graag met de minister in overleg over hoe de financiering van geboortezorg op een goede en gelijkwaardige manier kan worden ingericht

Als invoering van integrale bekostiging niet op een goede manier gebeurt dan heeft dit grote gevolgen voor de zorg aan en keuzevrijheid van de zwangere, verloskundigen met een zelfstandige praktijk en de goede samenwerking tussen zorgverleners in de regio’s. Integrale bekostiging is een middel en géén doel op zich. Een te snelle en ondoordachte invoering zet de samenwerking in de regio’s onder druk en werkt medicalisering en de bijbehorende kosten in de hand. Dit is geen zinnige en zuinige geboortezorg.

Op 7 maart heeft minister Schippers het adviesrapport van KPMG Plexus over integrale bekostiging aan de Kamer gestuurd. Daarbij een brief over een aantal onderwerpen - zoals de verdere daling van babysterftecijfers -, die zijn besproken tijdens het AO Zwangerschap en Geboorte van 25 november 2015.

​Averechts effect

Bekostiging is het sluitstuk bij de inrichting van integrale zorg. Eerst moet de inrichting van de inhoudelijk integrale zorg op orde zijn voordat er sprake is van de oprichting van geboortezorgorganisaties. In het land wordt hard gewerkt aan samenwerking in de regio’s. Inhoudelijk streven alle partijen naar de beste zorg voor moeder en kind. Dit zien we ook terug in de daling van de babysterfte. Of de invoering van integrale bekostiging gaat zorgen voor een betere samenwerking en daarmee goede zorg aan moeder en kind is de vraag. Bij druk op financiering wordt de belangentegenstelling zichtbaarder en is er eerder sprake van een averechts effect. De overgang van de huidige bekostiging naar integrale bekostiging is een grote verandering. Vooral voor verloskundigen met een zelfstandige praktijk.

​Medicalisering geboortezorg ongewenst en onbegrijpelijk

Het is zeer goed mogelijk dat bij de invoering van integrale bekostiging zwangere vrouwen niet meer automatisch naar de verloskundige in de buurt gaan, maar naar het geboortezorgteam verbonden met het ziekenhuis. De geboortezorg verdwijnt daarmee uit de buurt van de zwangeren, wordt op deze manier gemedicaliseerd en de keuzevrijheid wordt daarmee beperkt. Dit is ongewenst en onbegrijpelijk!Uit diverse onderzoeken blijkt dat de meest positieve resultaten voor moeder en kind ontstaan wanneer de verloskundige vanuit de fysiologie de begeleiding coördineert en daarbij de regie- en verwijsfunctie heeft.

Deze transitie in de geboortezorg van de eerste naar de tweede lijn is tegendraads aan het Zorgakkoord van de minister: zorg in de buurt als het kan! Niet onbelangrijk brengt de medicalisering van de geboortezorg en de gedeelde verantwoordelijkheden flink hogere kosten met zich mee. 

Zonder op bewijs berustende argumenten, niet verstandig om het huidige systeem te wijzigen.

Invoering van integrale bekostiging vraagt een weloverwogen keuze en het invullen van een aantal randvoorwaarden. Knelpunten zoals fiscale issues (Btw-afdracht, zelfstandigenaftrek en VPB) en voldoen aan wet- en regelgeving dienen van tevoren te worden weggenomen. Er dient een overgangsperiode te zijn die voldoende ruim is om de uitkomsten van pilots en effectmetingen mee te kunnen nemen voor een definitieve beslissing over de inrichting van integrale bekostiging.

​De minister zegt in haar brief het volgende over het Rapport van KPMG Plexus:

Ik zal dit advies bestuderen en u separaat informeren over hoe ik op basis van dit advies de integrale bekostiging van de geboortezorg precies wil vormgeven en invoeren. In algemene zin ben ik van plan het advies van KPMG Plexus te volgen. Met dit advies verdwijnt het huidige onderscheid tussen de lijnen en krijgen de betrokken zorgverleners veel ruimte om binnen de verloskundige samenwerkingsverbanden cq geboortezorgorganisaties, op gelijkwaardige basis, de geboortezorg voor hun regio en voor hun zwangeren zo goed en zo slim mogelijk in te richten. Ik ga met betrokken partijen in overleg over de vraag hoe het advies in de praktijk kan worden geïmplementeerd. Ik beraad mij daarbij nog over het waarborgen van de keuzevrijheid van de zwangere, het aantal deelprestaties en een haalbare invoeringstermijn.

Deel via:

  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail

Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen

Beroepsorganisatie van en voor verloskundigen

Word lid