KNOV Winkelmandje (0) Menu

De eerste honderd dagen van Charlotte de Schepper als KNOV-directeur

16 december 2019

Aanstaande woensdag is de KNOV Ledendag met ALV. Deze dag staat de toekomst van de KNOV centraal.

Charlotte de Schepper werkt inmiddels 100 dagen als directeur bij de KNOV en is uiteraard ook aanwezig om zichzelf voor te stellen en kennis te maken met leden. Nu alvast meer over Charlotte, haar eerste indruk en haar toekomstvisie.

Wie ben je?

'Ik ben Charlotte de Schepper en woon in Nijmegen met mijn man en twee van onze drie kinderen, de oudste studeert en woont op kamers.
Ik ben - wat ze tegenwoordig zo mooi noemen - zorgprofessional. Na onze studententijd in Nijmegen zijn mijn man en ik hier blijven wonen. Ik heb, eerst klinisch en later ambulant, gewerkt als gezins- en relatietherapeut. Na zo’n 12 jaar ben ik binnen dezelfde GGz-instelling gestart als manager. Naast mijn inhoudelijke kennis ondersteunde een Master Bedrijfskunde me in deze werkzaamheden, een mooie combinatie.'

Hoe kwam je bij de KNOV terecht?

'De combinatie van mijn werkzaamheden als zorgprofessional en bedrijfskunde was interessant om de zorg op landelijk niveau te ondersteunen. Bij Zorgverzekeraars Nederland (ZN) kwam ik terecht, eerst binnen de zvw (GGz team) en de laatste 3 jaar in de Wlz (verpleeghuiszorg, gehandicaptenzorg en de chronische GGz). Daar heb ik samengewerkt met tal van branche- en beroepsorganisaties in de zorg. Er ging een wereld voor me open. Een mooie, leerzame tijd heb ik gehad bij ZN en heb met mijn team mooie resultaten behaald!

De bestuurlijke overleggen en andere gesprekken met de minister van VWS, de directeur-generaal, ambtenaren van VWS, de NZa, het ZiNL en zorgverzekeraars, hebben me veel geleerd over de organisatie van de zorg in Nederland en de invloed hierop in de regio. In deze jaren heb ik een groot netwerk opgebouwd. Kamerleden vroegen me naar de praktijk, maar spoorden me ook aan advies te geven over voorliggende wetten of afspraken (de lobby). Achteraf vernam ik dat dat voor het bestuur van de KNOV een belangrijke overweging was om me aan te nemen. Carola Groenen (voorzitter, red.) zei me: ‘Het bestuur zocht iemand die het zorglandschap van binnenuit kent. Iemand die het gesprek kan voeren aan tafel bij de minister en een zorgverzekeraar, iemand die weet hoe het werkt op landelijk niveau en ook het werk van de zorgprofessional kent. Maar wat het bestuur vooral wilde, was iemand die verloskundigen echt kan vertegenwoordigen.’

Wat is jouw eerste indruk?

‘In de aanloop naar de AO geboortezorg heb ik de afgelopen weken diverse Kamerleden gesproken, onder andere over de financiering van de Zorgstandaard. Niet bij allen is kennis van de geboortezorg een vanzelfsprekend goed. Hier helpt het dat ik een aantal van deze mensen al ken en zo zorgvuldig mijn conversaties vorm kan geven. Het is belangrijk dat we onze standpunten laten weten en verantwoordelijkheid nemen in geboortezorgland. De verloskundigen zijn degenen die dat kunnen, zij begeleiden de zwangere vrouw en haar partner al vanaf het prille begin en doen veruit de meeste bevallingen. Daar moeten we veel meer op inzetten, daar liggen kansen en het is nu hét moment. Er worden ziekenhuizen gesloten en ik verwacht dat er nog meer ziekenhuizen dicht gaan. We missen een handelingsperspectief, een strategie. Daar zijn we nu binnen de KNOV mee bezig en dat is noodzakelijk, met andere woorden: hoe spelen we hierop in? Als we hier niet op in gaan, gaan andere beroepsgroepen dit doen. Andere beroepsgroepen die vanuit een andere invalshoek best een bijdrage aan de geboortezorg kunnen leveren. De basisarts die zich specialiseert in de verloskunde bijvoorbeeld. Als we als verloskundige niet de handschoen oppakken dan voorzie ik een stoelendans. Ik vind de KNOV op dit moment kwetsbaar en als vereniging naar binnen gericht en op de details, dit kost veel tijd en energie die niet in andere noodzakelijke zaken gestoken kan worden. Wat zeker wel nodig is. Daar heb ik me de afgelopen periode soms over verbaasd.’

Wat is nodig om verloskundige zorg te verbeteren?

‘De geboortezorg is in ontwikkeling en daarin moeten we meebewegen. Verloskundigen vormen de beroepsgroep bij uitstek die een grote rol kan spelen in geboortezorgland. Om die grotere rol in de geboortezorg te verkrijgen én te behouden moeten we open staan voor differentiatie binnen de beroepsgroep en elkaar dit gunnen. Als verloskundigen het niet oppakken, doen andere beroepsgroepen het. We moeten verder met taken ontwikkelen die nu nog tot het medisch specialistisch domein behoren, maar veelal door verloskundigen in de ziekenhuizen gedaan worden. Hoe kunnen we dit doen (intern/extern), waarom en wat gaan we daarin doen (intern/extern). Ik heb zin om deze zaken verder uit te denken en op te pakken.’

Hoe gaan het jaarplan en de begroting bijdragen aan de kwaliteit van geboortezorg?

'Wat ik verneem is dat het bestuur heeft geluisterd naar de roep om verandering van de leden. Dat is mooi en nodig. Het bestuur heeft mij resultaten gegeven waar ik met mijn bureau aan moet voldoen. Deze resultaten zijn verder uitgewerkt in het jaarplan. Nadat deze geaccordeerd is, kan ik dit verder invullen. Ik heb zin om mijn schouders eronder te zetten!

Waar ik me wel zorgen om maak, en wat ik niet eerder mee heb gemaakt in mijn carrière, is dat er nu veel aandacht naar de details gaat. Ik bedoel, we zijn best druk met elkaars mening binnen dat we het momentum buiten uit het oog lijken te verliezen. Ik denk dan: "kijk naar de grote lijn, zijn er resultaten die je mist, onnodig vindt of niet helder, laat dit dan weten". Maar laat het bestuur besturen, die zijn daar immers door de leden voor aangewezen. Dat is hun taak. Een discussie die gebaseerd is op misinterpretatie van feiten of gevoerd wordt met halve waarheden en veel emotie is zonde van ieders tijd. En laat het niet ten koste gaan van je hogere doel: kwalitatief goede geboortezorg. Aan de andere kant vind ik dat de KNOV heel erg hard moet werken aan heldere communicatie naar leden. Dat is essentieel. Vanuit mijn achtergrond als systeemtherapeut heb ik de ervaring om samen te werken met mensen die soms andere wegen willen bewandelen om ergens te komen. De stip op de horizon wijkt vaak niet zoveel af, maar de weg waarlangs je die bereikt is verschillend. Daar heb ik in Den Haag ook veel mee te maken. Soms moet je wat water bij de wijn doen om iets anders binnen te halen. Dit politieke spel vind ik interessant en daar wil ik me ten volle voor deze beroepsgroep voor inzetten.’

Wat wil je afsluitend nog kwijt?

'De afgelopen 100 dagen heb ik rondgekeken, geluisterd, veel vragen gesteld en heb me verwonderd. Om meer leden te ontmoeten ben ik aanstaande woensdag uiteraard op de ALV en ben ik gestart met een rondje langs de leden waar ik volgend jaar mee verder ga. Het is leuk te zien hoeveel positieve reacties ik van de leden heb verkregen op mijn oproep om langs te komen. Ik vind het interessant om te zien hoe verloskundigen hun vak uitvoeren en te horen hoe we hen vanuit de KNOV kunnen ondersteunen.

Naast het kennis maken met de leden en de werkzaamheden op het bureau, heb ik de afgelopen 100 dagen ook gebruikt om met de politiek en andere ketenpartijen zoals de NZA, ZiNL, ziekenhuizen en zorgverzekeraars en onze doelgroep het gesprek aan te gaan. Ik zie kansen en uitdagingen voor de KNOV en wil me hier ten volle voor inzetten. Dit kan ik uiteraard niet alleen en heb naast de kennis van de leden ook een team met diverse expertise nodig, waarbij ik het geheel overzie, daar de verantwoordelijkheid over neem en resultaten met het bestuur zal bespreken.

Er zijn veel kansen voor verloskundigen in geboortezorgland. Laten we accepteren dat er verschillen zijn en vanuit dit begrip samen optrekken en met een vernieuwde koers om te voorkomen dat andere beroepsgroepen op onze stoel gaan zitten. Niet omdat we daar bang voor zijn, maar vanuit onze kracht'.

Deel via:

  • Facebook
  • Twitter
  • Twitter
  • E-mail

Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen

Beroepsorganisatie van en voor verloskundigen

Word lid