KNOV

“Het mooie van het vak verloskunde is dat je een belangrijke gast bent bij een groots, intiem gebeuren”

Geen meldingen actieve levensbeëindiging ernstig pasgeborenen

05-11-2009

Artsen in Nederland melden geen actieve levensbeëindiging bij zieke pasgeboren baby’s waarbij ondraaglijk lijden in het verschiet ligt. Al twee jaar achter elkaar is er geen enkele melding binnengekomen, terwijl er zo’n 20 per jaar werden verwacht.

Voorzitter Joep Hubben van de Centrale deskundigencommissie die toetst of artsen zich aan de zorgvuldigheidseisen houden, vindt het aannemelijk dat er gevallen opzettelijk niet worden gemeld. De commissie bood maandag het jaarverslag over 2008 aan bij de ministeries van Justitie en VWS.

 
Eén van de verklaringen voor het uitblijven van meldingen is de invoering van de 20-wekenecho voor iedere zwangere vrouw in 2006. Ernstige afwijkingen worden daardoor al tijdens de zwangerschap ontdekt. Ouders kunnen dan besluiten om de zwangerschap af te breken. Het aantal abortussen is de afgelopen jaren gestegen.

"Dit verklaart echter niet volledig waarom er nu al twee jaar nul meldingen zijn," zegt Hubben, hoogleraar gezondheidsrecht en advocaat. ‘Niet alle vrouwen doen zo’n echo.’ Bovendien zijn er andere ernstige afwijkingen, zoals een zeldzame blaarziekte, die niet met een echo te detecteren zijn."

Volgens hem zijn kinderartsen mogelijk angstig voor vervolging, of zij zijn niet op de hoogte van de toetsingsprocedure. Artsen die het leven van een pasgeborene beëindigen, zijn in principe strafbaar. Maar zaken worden vrijwel altijd geseponeerd als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Zo moet het kind onder meer ondraaglijk en uitzichtloos lijden.

Het gaat bij actieve levensbeëindiging meestal om kinderen die niet meer op de intensive care liggen en zelfstandig kunnen ademen. Als baby’s nog op de intensive care liggen en de behandeling wordt gestaakt, dan is dat in principe geen actieve levensbeëindiging.


Toch kan er op de intensive care ook wel sprake zijn van actieve levensbeëindiging, zegt hoogleraar kindergeneeskunde Pieter Sauer van het UMC Groningen. ‘Als een baby van de beademing wordt gehaald, dienen artsen soms spierverslappers toe. Dat doen ze om te voorkomen dat het kind naar adem gaat happen. Het is vreselijk als je dat als ouder mee moet maken. Maar een baby kan niet overleven met die spierverslappers. En daarom vind ik dat dit ook onder actieve levensbeëindiging valt. Ik ben ervoor dat dit gemeld wordt." Volgens Sauer gaat het om 20 tot 30 gevallen per jaar.

Ook de commissie-Hubben is van mening dat artsen in deze gevallen zich moeten melden. Hans van Goudoever, hoofd van de neonatale ic-afdeling van het Erasmus MC, stelt echter dat het uitmaakt of een baby al stervende is. ‘Als je een baby tijdens zijn laatste uur spierverslappers toedient, omdat je er absoluut zeker van wilt zijn dat hij niet lijdt, is dat anders dan wanneer je dat doet om zijn leven te beëindigen.’

Bron: De Volkskrant

PRINT DIT ARTIKEL OF STUUR HET DOOR

Mail een vriend