KNOV Winkelmandje (0) Menu

Ondersteuning bij de transitie en reanimatie van de pasgeborene

Gepubliceerd: 21 november 2013, laatste update: 18 januari 2019

KNOV-addendum

Het KNOV-addendum 'Ondersteuning bij de transitie en reanimatie van de pasgeborene' (augustus 2018) is een aanvullende richtlijn voor eerstelijnsverloskundigen in de thuissituatie of vergelijkbare omstandigheden bij de NRR-richtlijn (zie verder).

Achtergrond

In 2009 bracht de KNOV een standpunt uit over reanimatie bij pasgeborenen in de thuissituatie of vergelijkbare omstandigheden. Dit standpunt baseerde zich op de NVK-richtlijn 'Reanimatie van pasgeborenen' uit 2008 en maakte deze toepasbaar voor de specifieke werksituatie van eerstelijns verloskundigen.

Sinds 2010 is de Nederlandse Reanimatieraad (NRR) meer en meer de vertegenwoordiger geworden voor reanimatierichtlijnen. Deze multidisciplinaire raad is de Nederlandse tak van de European Resuscitation Council (ERC) en ontwikkelt reanimatierichtlijnen voor volwassenen, kinderen en pasgeborenen voor en met betrokken beroepsgroepen (overigens zonder de KNOV). De meest recente NRR-richtlijnen zijn in 2015 gepubliceerd op www.reanimatieraad.nl. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de CPR-Guidelines 2015 van de ERC.

De KNOV ondersteunt haar leden in de specifieke uitoefening van hun beroep. De KNOV ontwikkelde daarom dit addendum voor eerstelijnsverloskundigen in de thuissituatie of vergelijkbare omstandigheden. Het addendum is een nadere uitwerking van de NRR-richtlijn 'Reanimatie en ondersteuning van de transitie van het kind bij de geboorte' om deze toepasbaar te maken voor de specifieke werksituatie van eerstelijns verloskundigen. Het addendum is ontwikkeld in afstemming met de NRR en het vervangt het KNOV-standpunt van 2009.

Implementatie

De inhoudelijk aanbevelingen over reanimatie verschillen nauwelijks van de eerdere richtlijn voor verloskundigen over dit onderwerp. De aanbevelingen over samenwerken (hoofdstuk 2) en over zorg voor de ouders en de zorgverlener (hoofdstuk 7) zijn wel verder uitgediept en verbreed. Bij de implementatie van het addendum is de focus daarom vooral gericht op de aanbevelingen in hoofdstuk 2 en 7.

De KNOV ontwikkelde in 2018 de MIO-opzet voor intervisie Zorg voor de zorgverlener. Deze opzet is bedoeld om binnen een intervisiesetting aandacht te geven aan zorg voor de zorgverlener, passend bij hoofdstuk 7 van het addendum. De reflectie op een ingrijpende gebeurtenis waarbij de zorgverlener betrokken was, staat centraal. Dit kan een reanimatie zijn, maar ook een andere gebeurtenis.

MIO-opzet Intervisie zorg voor zorgverlener 2019

Het doel van de MIO-opzet is aan de hand van (eigen) casuïstiek te leren hoe een verloskundige beter voor zichzelf en haar collega's kan zorgen na een ingrijpende gebeurtenis. De MIO-opzet bevat een inhoudelijk programma voor een intervisiebijeenkomst van ongeveer 2 uur.

In november 2018 is deze MIO-opzet geëvalueerd door twee intervisiegroepen van verloskundigen. Zij hebben de methode als positief en ondersteunend ervaren: de moeilijke kanten van het verloskundige vak worden door deze methode bespreekbaar gemaakt. De KNOV stelt de methode daarom graag beschikbaar voor alle verloskundigen.

Deel via:

  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail

Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen

Beroepsorganisatie van en voor verloskundigen

Word lid