KNOV Winkelmandje (0) Menu

​KNOV dringt aan op ingrijpen Tweede Kamer na brief minister

01 juni 2016

De KNOV heeft bij de Tweede Kamer met spoed aangedrongen in te grijpen in de procedure van minister Schippers van VWS voor de invoering van integrale bekostiging in de geboortezorg.

Volgens de KNOV heeft de Kamer veel meer informatie nodig om een goed oordeel te kunnen vellen over de plannen van Schippers.

Daarmee reageert de KNOV op de brief die de minister dinsdag 31 mei naar de Kamer stuurde. In deze zogeheten ‘voorhang integrale bekostiging geboortezorg’ kondigt Schippers aan dat zij de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) een aanwijzing zal geven om de huidige prestatiestructuur voor zwangerschap en geboorte om te vormen naar negen multidisciplinaire producten.

Daarmee wil de minister per 1 januari 2017 een zogeheten ‘volwaardige optie voor integrale bekostiging’ in de geboortezorg invoeren. Dit moet volgens haar leiden tot nieuwe verloskundige samenwerkingsverbanden.

Op woensdag 1 juni heeft de Tweede Kamer besloten om het besluit van de minister te ‘stuiten’. De Kamerleden gaan volgende week schriftelijke vragen stellen over het besluit. Vervolgens zal de Kamer tijdens het algemeen overleg van 23 juni met de minister debatteren over dit besluit. De KNOV zal de Kamerleden voorafgaand hieraan uitvoerig informeren over de problemen met de plannen van de minister .

KNOV pleit voor een zorgvuldige invoering van integrale bekostiging

De KNOV pleit voor een zorgvuldige invoering van integrale bekostiging en heeft dat de Kamer andermaal duidelijk gemaakt. 

  • Er is op dit moment te veel onduidelijkheid over de mogelijke onbedoelde gevolgen van integrale bekostiging en er zijn te veel knelpunten. Voorkomen moet worden dat er chaos ontstaat in de geboortezorg. Dit gaat ten koste van de samenwerking en dat bedreigt de goede zorg voor moeder en kind.
  • Ook vreest de KNOV dat de zelfstandige positie en ondernemerschap van de verloskundige in de geboorteketen op het spel komt te staan en dat de keuzevrijheid voor zwangeren sterk zal worden beperkt. Zorg in de wijk, dichtbij de cliënt, komt op de tocht te staan. Ook wijst de KNOV op het risico van onnodige medicalisering, met alle gevolgen en kosten van dien.
  • Een werkbaar bestuurlijk model is nodig, waarbij rekening wordt gehouden met de eisen/regels van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en juridische, fiscale en financiële risico’s zijn ondervangen;
  • Integrale financiering is geen doel op zich: zorg eerst dat de integrale zorg goed is vorm gegeven in de regio's. Financiën vormen het sluitstuk, en dus alleen als de samenwerking goed op orde is.
  • Richting Kamer heeft de KNOV er wederom op aangedrongen dat eerst de resultaten van de huidige pilots moeten worden afgewacht, voordat er sprake kan zijn van landelijke invoering van integrale bekostiging. Er is dus een transitieperiode nodig voor de uitrol van integrale bekostiging.

CPZ en Zorgstandaard

In haar brief gaat de minister ook in op de situatie rond het College Perinatale Zorg (CPZ). Zij herhaalt onder meer dat alle betrokkenen zich zullen inzetten op herstel van het vertrouwen in het CPZ, onder meer door de organisatie van het gezamenlijk overleg in het CPZ te ‘herijken’. De KNOV stelt vast dat er nog heel wat stappen moeten worden gezet om het vertrouwen in het CPZ te herstellen. Volgens de KNOV kan dat alleen als er een onafhankelijke stuurgroep aan de slag gaat.

Verder zegt minister Schippers het ‘jammer’ te vinden dat de KNOV het voorstel voor de Zorgstandaard heeft afgewezen. Maar volgens haar ‘is het nu wel realiteit’ en is het Zorginstituut Nederland (ZiN) aan zet. Het zal niet geheel toevallig zijn dat ZiN op dezelfde dag waarop de minister haar brief stuurde, een aangepast concept van de Zorgstandaard heeft gepubliceerd. Het is een lijvig document van rond de zestig pagina’s en diverse organisaties, waaronder de KNOV, worden geacht uiterlijk woensdag 15 juni te reageren.

De KNOV zal de stukken goed analyseren. Vooral de passage waarin staat dat de zwangere vrouw de gezamenlijke verantwoordelijkheid is van een interprofesioneel zorgteam. Wij zijn van mening dat de gezamenlijke verantwoordelijkheid met een interprofessioneel geboortezorgteam onomkeerbare gevolgen heeft voor de zwangere in Nederland. Het risico van zo’n team is dat iedereen wil meebeslissen; hoe meer specialisten met een medische bril meekijken, hoe verder we afdwalen naar een medisch model van zwangerschap en geboorte. Ook hier dreigt het gevaar van minder keuzevrijheid van de zwangere vrouw. Kortom, alles samen organiseren in een geboortezorgteam is niet zinnig en zuinig.

Voorhangbrief minister

Deel via:

  • Facebook
  • Twitter
  • Twitter
  • E-mail

Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen

Beroepsorganisatie van en voor verloskundigen

Word lid

Contact

Bel 088 888 39 99 of mail info@knov.nl

Bereikbaar van ma t/m vrij 9.00-17.00 uur