KNOV
“De geboorte van een kind is ook de geboorte van een moeder. Zij heeft haar innerlijke kracht ontdekt.”
Hoe gaat een bevalling stap voor stap
De weeën worden sterker, komen vaker en regelmatiger en doen meer pijn
Een wee is een samentrekking van de baarmoederspier. Het voelt als een soort kramp in je onderbuik die langzaam opkomt, erger wordt en dan weer afzakt. Je kunt zo’n wee vergelijken met een golf die aanspoelt op het strand. In het begin voel je de pijngolf aan komen rollen. Net voor de golf omslaat, is de pijn het hevigst. Daarna trekt de golf terug en voel je de pijn weer minder worden. Tussen de weeën door is er rust in je buik.
Ontsluitingsweeën maken je baarmoedermond open
De ontsluitingsweeën zorgen ervoor dat je baarmoedermond ver genoeg open gaat (10 cm) om je kindje geboren te laten worden. Dat wordt ‘ontsluiting’ genoemd. Voor de ontsluiting zijn sterke weeën nodig. Ze duren langer (1-1,5 minuut) dan voorweeën en komen regelmatig, zo om de 3 tot 5 minuten. Je voelt ze als een pijnlijke kramp door je hele bekkengebied. De een voelt ze meer in de buik, de ander in de rug. Sommige vrouwen voelen ze (ook) in hun benen. De weeën worden krachtiger en pijnlijker naarmate de ontsluiting vordert. Tijdens de laatste centimeters ontsluiting (8-10 cm) zijn ze het heftigst. De verloskundige controleert via inwendig onderzoek hoeveel centimeter ontsluiting je hebt.
Je vliezen breken (of de verloskundige breekt ze)
Je ziet het soms op tv: een bevalling begint met het breken van de vliezen. Maar veel vaker breken de vliezen pas later. Dat is ook goed, want de vliezen en het vruchtwater beschermen het kind en helpen mee om je baarmoedermond open te maken door de druk die ze geven. De verloskundige zal daarom pas aan het eind van de ontsluiting je vliezen breken, als ze dan nog niet spontaan zijn gebroken. Of soms eerder, als de weeën afzwakken of als je ontsluiting onvoldoende doorzet. Dat doet geen pijn. Je voelt alleen een beetje warm water lopen. Ook daarna maak je steeds opnieuw vruchtwater aan, zodat je kindje nooit ‘droog’ ligt. Als je nog geen sterke weeën hebt mag je niet in bad, vanwege de kans op infectie. Je kindje staat nu immers in open verbinding met de buitenwereld. Je temperatuur wordt na het breken van de vliezen gemeten om een eventuele infectie snel te ontdekken.
Persweeën ‘duwen’ je kindje naar buiten
Als je genoeg ontsluiting hebt om je kindje geboren te laten worden, gaan de ontsluitingsweeën over in persweeën. De verloskundige zal meestal eerst een inwendig onderzoek doen om zeker te weten of de ontsluiting volledig is. Door de grote opening van je baarmoedermond is het hoofdje naar beneden gezakt. Op het hoogtepunt van de wee voel je dan een drang om te drukken. Dit is een beginnende persdrang. Je kunt het niet tegenhouden. Het geeft aan dat je kindje naar buiten kan. De persweeën komen meestal om de 5 minuten. Ze zijn heel sterk. Tussendoor heb je net genoeg tijd om even bij te komen of weg te doezelen. Maak je geen zorgen als je benen gaan trillen: dat komt doordat je spieren zich ontspannen. Het hoort erbij.
Zelf meepersen
Het einde is in zicht. Goede persweeën doen al veel werk. Je kan nu actief mee gaan persen. Pers tijdens een perswee met al je kracht mee richting je vagina en anus. Alsof je moet poepen. In het begin voel je niet altijd waar je naartoe perst. Maar als het hoofdje dieper komt, wordt het duidelijker hoe je zo’n perswee kunt gebruiken om mee te persen.
Daar komt het hoofdje
Je kunt meekijken in de spiegel als je dat leuk vindt. Als het je eerste kindje is, duurt het vaak even voor je het hoofdje ziet. Het komt bij elke wee een stukje verder - maar gaat ook steeds weer ietsje terug. Het kindje is dan bezig om zijn of haar hoofdje door het geboortekanaal te draaien. De verloskundige vertelt je wat er gebeurt en coacht je. Bij een tweede kind hoef je meestal minder lang te persen, omdat het geboortekanaal al soepel is gemaakt door het eerste kind. Je ziet het hoofdje dan al eerder en het komt tijdens een wee een flink stuk verder. Een tweede of volgende kindje wordt soms zelfs in één perswee geboren.
Jullie kindje wordt geboren
Als het hoofdje bijna naar buiten komt, voel je het aan de onderkant tussen je vagina en anus uitrekken. Dat kan een pijnlijk, brandend gevoel zijn. Een koude washand tegen je bekkenbodem helpt. De verloskundige geeft nu aan wat je moet doen om te voorkomen dat je inscheurt. Als het hoofdje geboren is, begeleidt de verloskundige je kind verder naar buiten. Je hoeft dan meestal niet meer hard te persen, het lijfje volgt snel. Even later ligt jouw kindje op je buik. Een geweldig moment. Geniet ervan!
De placenta (nageboorte) komt naar buiten
Het wordt weer rustig in je buik. Omdat je geen weeën meer voelt, zou je bijna vergeten dat er nog een placenta komt. De baarmoeder trekt samen om de placenta los te maken en om te voorkomen dat je veel bloed verliest. De verloskundige houdt de navelstreng gespannen om te controleren of de placenta los ligt. Als dat zo is, vraagt ze je om nog een keer mee te persen terwijl zij tegendruk op je buik geeft. Meestal komen dan de placenta, de navelstreng en de vliezen naar buiten. Dat is een beetje een raar gevoel maar doet niet echt pijn. De baarmoeder trekt samen en voelt als een harde bal onder de navel.
Het doorknippen van de navelstreng
Als de hartslag van je kind niet meer te voelen is in de navelstreng, kan die worden doorgeknipt. Je baby kan nu al even aan je borst worden gelegd. Dit is een natuurlijk middel om je baarmoeder te laten samentrekken en om verder bloedverlies te voorkomen.