Net bevallen

In de eerste zeven tot tien dagen na de geboorte bezoekt de verloskundige jou en je partner zo’n vijf keer voor begeleiding en ondersteuning. Zij is alert op eventuele complicaties, lichamelijk of psychisch, bij moeder en kind. Hoe eerder problemen worden opgespoord, des te beter kunnen ze worden behandeld. Ook de kraamverzorgende heeft hierin een belangrijke rol. Als zij iets signaleert, bespreekt ze dat met de verloskundige. De verloskundige beslist vervolgens wat er gebeurt.

De belangrijkste taken van de verloskundige in deze periode zijn:

  • De moeder ondersteunen bij het herstellen van de bevalling, zowel lichamelijk als emotioneel
  • Ondersteuning bieden bij de borstvoeding
  • De gezondheid van de baby controleren. Hierbij let de verloskundige niet alleen op lichamelijke kenmerken, maar ook op het gedrag van het kind

Hielprik en gehoortest
Op de vierde dag na de geboorte (waarbij de dag van geboorte dag telt als dag nul) worden de hielprik en gehoorscreening uitgevoerd. Meestal zal een medewerker van de Jeugd Gezondheids Zorg hiervoor een afspraak met de ouders maken. Soms doet ook de verloskundige of huisarts de hielprik of het ziekenhuis als de baby daar nog ligt. Na het afnemen van de hielprik wordt het bloed van de baby in een laboratorium onderzocht om te zien of het een van de 17 aangeboren ernstige aandoeningen heeft waarop gescreend wordt. Bij een positieve uitslag wordt doorverwezen naar een kinderarts.

PRINT DIT ARTIKEL OF STUUR HET DOOR

Mail een vriend