KNOV

“De geboorte van een kind is ook de geboorte van een moeder. Zij heeft haar innerlijke kracht ontdekt.”

Het Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg

Het Landelijk Indicatie Protocol kraamzorg (LIP) heeft als doel: de vraag van de cliënt in kaart brengen en zorg inzetten die aansluit bij de situatie van de cliënt. In veel situaties zal het basispakket LIP passende zorg bieden en in de situaties waarin dat nodig is kan kraamzorg op maat geboden worden.

Het protocol ondersteunt intakers, verloskundigen, huisartsen en kraamverzorgenden bij het analyseren en beoordelen van de zorgvraag en het bepalen van de aard en de omvang van de kraamzorg.

De KNOV ondersteunt haar leden met een informatiepakket voor de kringen, casuïstiek verloskundigen, cliënteninformatie en antwoorden op veelgestelde vragen. Leden van de KNOV kunnen deze informatie vinden op de ledenpagina Landelijk Indicatie Protocol Kraamzorg.

Versie 3 LIP
Aanleiding voor het uitbrengen van versie 3 waren de resultaten van de monitor kraamzorg én van het onderzoek dat door TNO is uitgevoerd in het kader van vroegsignalering. De daaruit voorvloeiende werkwijze en de verdeling van de uren zijn in het Landelijk Indicatie Protcol versie 3 opgenomen. De partusassistentie (PA) is onderdeel gaan uitmaken van het LIP.

Partusassistentie
De Monitor van het Landelijk Indicatie protocol (zie verderop in de pagina) geeft aan dat het Inhoudelijk Kader Partusassistentie bij een deel van de verloskundigen nog niet volledig bekend is. Het Kader beschrijft de basisnormen voor de kwaliteit van de assistentie tijdens de partus. Het formuleert de normale tijdsduur van de baring waarop het aantal uren partusassistentie gebaseerd is en gaat daarnaast in op meer- en minderfactoren, omgevingsfactoren, moederfactoren en kindfactoren.

Daarnaast bestaan nog verschillende beelden bij verloskundigen en kraamzorgorganisaties over het begrip 'op tijd' aanwezig zijn bij een bevalling. Een gezamenlijke inspanning van verloskundigen en kraamzorgorganisaties is noodzakelijk om de samenwerking op het gebied van de partusassistentie te optimaliseren. Wanneer verloskundige en kraamverzorgenden beiden vóór de uitdrijving op het kraamadres aanwezig zijn, kan afstemming tussen de beroepsbeoefenaren plaatsvinden en kan de benodigde behandeling, zorg en ondersteuning geboden worden, om de partus - volgens de richtlijnen van de beroepsbeoefenaren - te begeleiden.

Als rekenregel geldt voor partusassistentie een tijd van 4 uur. De verloskundige beoordeelt de situatie rondom de bevalling en kent op grond daarvan meer-/minderfactoren, waar mogelijk in overleg met de kraam­verzorgende. Deze factoren kunnen er toe leiden dat er meer, dan wel minder uren partusassistentie geboden worden. De kraamzorgorganisatie kan de werkelijk geleverde uren PA declareren bij de zorgverzekeraar.

De uren voor partusassistentie worden overigens niet in mindering gebracht op de hoeveelheid geïndiceerde uren kraamzorg, dit staat daar los van.

Vroegsignalering
Vroegsignalering maakt met ingang van 1 januari 2008 deel uit van kraamzorg en is daarom een onderdeel van de derde versie van het Landelijk Indicatieprotocol. Het gaat hierbij om het signaleren van risicofactoren, bespreken van de signalen met het gezin, schrijven van de rapportage, overdragen en rapporteren aan verloskundige/huisarts en/of collega’s. Is er sprake van een zorgelijke (opvoedings-)situatie, dan kan dit als factor voor meerzorg worden gehanteerd. De verloskundige kan bij de herindicatie - in overleg met de kraamverzorgende - de uren uitbreiden tot 80 uur kraamzorg, verdeeld over 10 dagen.

De Stuurgroep Implementatie Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg heeft een train-de-trainerscholing laten ontwikkelen voor trainers die in hun regio de kraamverzorgenden en de verloskundigen gaan scholen over vroegsignalering. In de scholing die de trainers uitvoeren leren kraamverzorgenden en verloskundigen vroegtijdig signalen te herkennen, deze bespreekbaar te maken in het gezin en de samenwerking tussen verloskundigen en kraamverzorgenden rond vroegsignalering aan te scherpen.

In de verloskundige praktijk begint de vroegsignalering al bij de consulten in de zwangerschap. Deze periode wordt in de scholing buiten beschouwing gelaten, het accent ligt vooral op de samenwerking van de ketenpartners in de kraamperiode.

Voor leden van de KNOV is een dossier beschikbaar over vroegsignalering van risicogezinnen.

Monitor Kraamzorg
Om de werking van het protocol en het inhoudelijk kader partusassistentie verder aan te scherpen en een continue verbetering op gang te brengen is een monitor ontwikkeld die zicht geeft op de bruikbaarheid van het LIP en het inhoudelijk kader voor de partusassistentie.

Mede op basis van de resultaten uit de monitor 2007 (over de periode 18 april tot 15 juni) heeft het kabinet besloten het basispakket LIP met 5 uur per week uit te breiden, ingaande per 1 januari 2008.

Uit de resultaten van de eerste Monitor Kraamzorg in 2007 blijkt dat het LIP als instrument goed hanteerbaar is, onder voorwaarde dat de professional is geïnformeerd en getraind in het gebruik ervan. Verloskundigen voelen zich in vergelijking met de medewerkers van de kraamzorgorganisaties minder goed toegerust in het werken met het LIP en weten minder goed hoe het protocol gebruikt kan worden om de zorgbehoefte in kaart te brengen. Ze weten minder goed waar meer- en minderfactoren voor bedoeld zijn en welke activiteiten onder mantelzorg vallen.

Uit de Monitor Kraamzorg blijkt ook dat een flinke minderheid van de betrokkenen (40% van de intakers, 37% van de kraamverzorgenden en 34% van de verloskundigen die zich toegerust voelen om met het protocol te werken) het resultaat van de indicatie volgens het protocol niet passend vinden voor de situatie waarvoor het bedoeld is. Van de kraamvrouwen zelf geeft 30% aan dat zij het aantal uren kraamzorg te weinig vinden.

Verder blijkt dat het protocol de intaker ondersteunt bij het informeren over de kraamzorg, maar dat cliënten toch niet goed genoeg weten wat dit voor hen betekent. De professional (kraamverzorgende/verloskundige) checkt onvoldoende of de informatie goed is aangekomen.

Het protocol blijkt vooral aan de samenwerking van de professionals aan het bed bij te dragen. Dit geldt veel minder voor de samenwerking tussen de professionals en kraamzorgorganisatie. De professionals zijn ook minder bekendheid met de verantwoordelijkheden van de kraamzorgorganisatie.

De Monitor Kraamzorg geeft aan dat de implementatie van het inhoudelijk kader partusassistentie nog veel aandacht vraagt van de verloskundigen wat betreft het eigen aandeel daarin. Ook vraagt het nog een gezamenlijke inspanning van verloskundigen en kraamzorgorganisaties om de samenwerking op het gebied van partusassistentie te optimaliseren.

Hieronder kunt u de het rapport 'De werking van het Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg in de praktijk' en de samenvatting daarvan, downloaden. Zie ook de website van de stuurgroep.

Scholingsprogramma
De scholing is ontwikkeld in het kader van afstemmen en optimaliseren van ketenzorg en de samenwerking tussen verloskundigen en kraamzorgaanbieders. Door het volgen van deze scholing worden verloskundigen geïnformeerd over de achtergronden, inhoud en de procedurele werking van het protocol.

Er wordt ingegaan op hun eigen rol, de rol van de kraamverzorgende en de kraamzorgaanbieder m.b.t. de werkwijze van het protocol. Met collega-verloskundigen vindt uitwisseling plaats door het protocol toe te passen op casuïstiek. De scholing wordt op een interactieve wijze aangeboden. De duur van de scholing is 2 uur en 30 minuten en is geaccrediteerd voor 2.25 punten. Aan de deelnemers wordt een certificaat uitgereikt.

De scholing kan bijvoorbeeld georganiseerd worden door een kring verloskundigen. Bij een groepsgrootte tot 18 deelnemers is de prijs € 600. Daarnaast is open inschrijving mogelijk (zie voor data cursussen en workshops 2006 in de Agenda).

Zie voor meer informatie www.nascholingindezorg.nl. Contact opnemen met Danny Kersten en Jettie van de Pol kan via de email kerstenvandepol@nascholingindezorg.nl of via de telefoon 0344 681991

PRINT DIT ARTIKEL OF STUUR HET DOOR

Mail een vriend