KNOV

“Het mooie van het vak verloskunde is dat je een belangrijke gast bent bij een groots, intiem gebeuren”

Zwangerschap bij diabetes

Zwangerschapsdiabetes mellitus (ZDM) is elke vorm van hyperglykemie die tijdens de zwangerschap ontdekt wordt, onafhankelijk of deze afwijking na de zwangerschap weer verdwijnt.

De richtlijn Zwangerschap bij diabetes van de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) is in 2006 herzien door een werkgroep van het CBO. De KNOV was in de werkgroep vertegenwoordigd. De richtlijn gaat over zwangerschap bij diabetes mellitus, maar ook over zwangerschapsdiabetes (ZDM). 

Screening en diagnostiek op zwangerschapsdiabetes mellitus
Screening op ZDM is het testen op ZDM van vrouwen die zwanger zijn, zonder te letten op klachten of symptomen. Bij een afwijkend resultaat wordt een diagnostische test gedaan.

Diagnostiek is onderzoek dat ZDM bevestigt of uitsluit. Internationaal wordt de 75g of 100g glucosetolerantietest (GTT) als diagnostische test beschouwd. Dit is geïndiceerd bij een ontwikkeling tijdens de zwangerschap die ZDM suggereert of bij een afwijkend screeningsresultaat.

Richtlijn ‘Zwangerschap bij diabetes’
In de richtlijn ‘Zwangerschap bij diabetes’ is geprobeerd alle disciplines op één lijn te krijgen, wat betreft screening, diagnostiek en behandeling tijdens de zwangerschap. De richtlijn geeft ook aanbevelingen die relevant zijn voor het handelen van de eerstelijns verloskundige.

Een volledig overzicht van de aanbevelingen (inclusief preconceptionele voorlichting, en behandeling bij diabetes mellitus of ZDM) vindt u in de NIV-richtlijn en de samenvatting op de website van de NIV .

Toelichting van de KNOV op de NIV-richtlijn
Uit de richtlijn blijkt dat de beschikbare evidence geen uitsluitsel geeft over belangrijke kwesties voor het beleid, zoals het nut van routinematige screening op zwangerschapsdiabetes.

Toch geven de aanbevelingen wel meer duidelijkheid voor het te voeren beleid. Er wordt aangegeven op welke manier de verloskundige bij de intake alle zwangeren zou kunnen screenen op diabetes mellitus type II die al voor de zwangerschap aanwezig was. Maar ook niet-routinematig screenen blijft een verantwoorde optie. ook geeft de richtlijn een duidelijk advies over de diagnose en behandeling van ZDM. De aanbevelingen voor screening en diagnostiek zijn nieuw vergeleken met het beleid dat in de Verloskundige Indicatielijst (VIL 2003) staat beschreven.

Meerdere beleidsopties voor screening en diagnostiek 
Voor screening en diagnostiek zijn er dus meerdere beleidsopties. Verloskundigen moeten daarom zelf hun beleid vaststellen. Bij voorkeur gebeurt dat in goed overleg op regionaal niveau, bijvoorbeeld in een Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV). De in de richtlijn geschetste opties zijn daarin leidend.

De aanbevelingen over behandeling en het beleid postpartum en neonataal, sluiten in grote lijnen aan bij de VIL 2003. Een zwangere met Diabetes Mellitus type I of type II wordt begeleid in de tweede lijn. Ook na een diagnose 'zwangerschapsdiabetes’ op basis van een GTT dient verwijzing naar de tweede lijn plaats te vinden.

De richtlijn spreekt zich niet uit over het beleid bij een zwangerschapsdiabetes, die goed gereguleerd is met alleen een dieet, zonder bijkomende risico’s als macrosomie. Volgens de VIL 2003 is eerstelijns begeleiding in die situatie mogelijk. Als screening op neonatale hypoglykemie is geïndiceerd, is een ziekenhuisbevalling noodzakelijk. Ook hier is het advies van de KNOV om goede afspraken te maken, liefst binnen het VSV.

Als basis voor regionale afspraken in VSV’s kan gebruik gemaakt worden van het addendum ‘diabetes en zwangerschap’ bij de zorgstandaard van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF).

PRINT DIT ARTIKEL OF STUUR HET DOOR

Mail een vriend