KNOV

“De geboorte van een kind is ook de geboorte van een moeder. Zij heeft haar innerlijke kracht ontdekt.”

Pijnbehandeling

De Nederlandse Vereniging van Anesthesiologen (NVA) en de Nederlandse Vereniging van Obtretici en Gynaecologen (NVOG) hebben in samenwerking met het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO een nieuwe richtlijn opgesteld: 'Medicamenteuze pijnbehandeling tijdens de bevalling'. Deze richtlijn gaat onder andere in op de voorlichting over en samenwerking rond de 24-uurs beschikbaarheid van epidurale anesthesie.

In de richtlijn wordt duidelijk gesteld dat aan iedere barende vrouw op haar verzoek een adequate vorm van pijnbehandeling moet worden aangeboden. Er zijn diverse mogelijkheden om met pijn tijdens de baring om te gaan. De meest effectieve vorm van medicamenteuze pijnbehandeling is de zogenoemde ruggenprik.

Cruciaal in deze richtlijn is dat iedere vrouw tijdens de zwangerschap moet worden geïnformeerd over pijn en de mogelijkheden van pijnbehandeling tijdens de baring. De drie betrokken beroepsverenigingen vinden dat hiervoor gezamenlijk schriftelijke voorlichting moet worden ontwikkeld. Daarin komt aan de orde baringspijn, de gevolgen ervan, de verschillende vormen van pijnbehandeling en de voor- en nadelen hiervan. Met deze informatie kan de zwangere een weloverwogen keuze maken welke vorm van pijnbehandeling haar voorkeur heeft.

KNOV-Standaard 'Niet Vorderende Ontsluiting' over pijn en pijnbehandeling

De wetenschappelijke onderbouwing van de eerder verschenen KNOV-Standaard Niet Vorderende Ontsluiting gaat reeds uitgebreid in op pijn en pijnbehandeling tijdens de baring (hoofdstuk 6).

Bijna alle vrouwen ervaren pijn in hun buik tijdens de contracties en een substantieel deel van de vrouwen ervaart daarnaast ook pijn in de rug. In het algemeen neemt de pijn toe in de loop van de baring naarmate de contracties en de ontsluiting toenemen. Er is veel variatie in de mate waarin er pijn gerapporteerd wordt tijdens de baring. Primiparae en vrouwen die angstig zijn of weinig zelfvertrouwen hebben, geven meestal meer en intensere pijn aan dan multiparae. De precieze oorzaak van zowel de buik- als de rugpijn is nog niet volledig bekend.

Volgens de richtlijn is de ervaring van baringspijn een complexe, subjectieve, multidimensionele reactie op sensorische stimuli die optreden tijdens de bevalling. Omdat baringspijn een subjectief fenomeen is, dient de vrouw zelf de bron van informatie te zijn over de pijn die zij zelf ervaart.

Er zijn grote verschillen tussen landen, ziekenhuizen en ook zorgverleners in de soort en de mate waarin pijnbestrijding gegeven wordt. Vrouwen die in een 'huiselijke omgeving’ (waaronder geboortecentra) hun kind baren, ontvangen minder pijnstilling en hebben minder behoefte aan pijnbehandeling tijdens de partus dan vrouwen die in een ziekenhuisomgeving bevallen.

Anders dan de nieuwe CBO-richtlijn 'Medicamenteuze pijnbehandeling tijdens de bevalling' belicht de richtlijn 'Niet vorderende Ontsluiting' de effecten van continue ondersteuning tijdens de baring op de behoefte aan en het gebruik van pijnbehandeling. Ook andere methoden die het comfort van de vrouw kunnen verhogen zoals een bad nemen en staan of bewegen/lopen, komen aan bod.

PRINT DIT ARTIKEL OF STUUR HET DOOR

Mail een vriend