KNOV

“De geboorte van een kind is ook de geboorte van een moeder. Zij heeft haar innerlijke kracht ontdekt.”

Niet vorderende ontsluiting

Een van de aanleidingen voor het opstellen van deze standaard is het percentage verwijzingen in verband met niet-vorderende ontsluiting. Ongeveer 11% van de nulliparae en zo'n 3% van de mulltiparae die in de eerstelijn zijn begonnen met de bevalling wordt om deze reden verwezen. De standaard beschrijft actief verloskundig beleid dat start tijdens de prenatale periode en wordt voortgezet tijdens de baring. Het informeren en het betrekken van de cliënt in de besluitvorming zijn daarbij belangrijk. Doel van de standaard is het voorkomen van langdurige baringen en vrouwen een goede bevalingservaring te geven.

Ondersteuning van de barende
Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt heel duidelijk dat ondersteuning van de barende het krachtigste middel is om het verloop van de ontsluitingsfase gunstig te beïnvloeden. De communicatie en begeleiding door de verloskundige blijken het meest bepalend te zijn voor de tevredenheid van de cliënte.

Goede begeleiding is, meer nog dan een fysiologisch beloop, de meest bepalende factor voor een positieve bevallingservaring van vrouwen. Het beleid tijdens de ontsluitingsfase is daarom, naast medische risicoselectie, gericht op het realiseren van adequate ondersteuning: het vergroten van het comfort van de cliënt, de reductie van angst en het betrekken van de barende vrouw in de besluitvorming over interventies en verwijzingen.

Voorbereiding op de baring
Ook de voorbereiding op de baring is van wezenlijk belang. Deze draagt bij aan realistische verwachtingen over bijvoorbeeld de duur en mogelijke interventies van de baring, kan de angst verminderen en de vertrouwensrelatie tussen de zwangere en de verloskundige versterken.

Criteria voor verwijzing tijdens de ontsluiting
De standaard geeft definities en kenmerken van de verschillende fasen van de ontsluiting. Deze criteria sluiten aan bij het door de WHO aanbevolen beleid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een latente en een actieve fase met duidelijk omschreven kenmerken. Voor een niet-vorderende latente en actieve fase zijn aparte criteria. Voor de latente fase is dat de tijdsduur (acht uur), voor de actieve fase is dat de progressie in de ontsluiting (overschrijding actielijn). Er zijn criteria voor verwijzing naar de tweede lijn opgesteld.

De KNOV-standaard
De KNOV-Standaard met praktijkkaarten en wetenschappelijke onderbouwing staan onderaan deze pagina. De praktijkkaarten in gedrukte vorm zijn geplastificeerd. De Praktijkkaart Partogram wordt vervangen door een nieuwe versie met aan de voorzijde het partusverslag. De achterzijde (tweede pagina van het downloadbestand) blijft echter ongewijzigd.

Het partogram is een geschikt hulpmiddel om naast de ontsluiting ook observaties zoals weeënactiviteit, foetale harttonen en gedragsobservaties te registreren. Het partogram maakt deel uit van het partusverslag. Leden van de KNOV kunnen het partusverslag met partogram downloaden van de ledenpagina over de Niet Vorderende Ontsluiting.

Ondersteuning voor KNOV-leden
De KNOV ondersteunt haar leden in het werken met de richtlijnen uit deze standaard met twee toetsprogramma's: 'Voorbereiding op de baring', april 2007 en 'Het Partogram', juni 2007. Toetsprogramma's kunnen worden gebruikt bij collegiale bespreking van de richtlijnen. Leden van de KNOV kunnen een volledige lijst van alle toetsprogramma’s bekijken op de pagina Ondersteuning bij Intercollegiale Toetsing Verloskundigen.

Copyright KNOV-Standaard
Het is niet toegestaan om zonder voorafgaande toestemming van de KNOV gepubliceerde standaarden of gedeelten daarvan over te nemen, te (doen) publiceren of anderszins openbaar te maken of te verveelvoudigen.

KNOV-Standaard in gedrukte vorm bestellen
De standaard is ook in gedrukte vorm verschenen. Als u deze wilt bestellen kunt u contact opnemen met de KNOV via telefoon 030-2823100 of via de e-mail: info@knov.nl.

PRINT DIT ARTIKEL OF STUUR HET DOOR

Mail een vriend