KNOV

“Het mooie van het vak verloskunde is dat je een belangrijke gast bent bij een groots, intiem gebeuren”

Dagboek van een 17e eeuwse verloskundige

Catharina Schrader was een Friese verloskundige (1656-1746) die een dagboek bijhield van de ruim drieduizend bevallingen die zij begeleidde. Uit haar verslagen blijkt haar deskundigheid: zo deed zij al uitwendige versie (het draaien van de baby) en wist zij in vier gevallen van het levensgevaarlijke placenta praevia het leven van de moeder te redden. De naar haar genoemde Catharina Schrader Stichting, opgericht door de KNOV, bestaat in 2010 dertig jaar. De stichting bevordert onder andere wetenschappelijk onderzoek in de verloskunde.

In de tijd van Catharina Schrader was de verloskunde al deels op wetenschappelijke inzichten gebaseerd. De praktijken van de Middeleeuwen, waarin de beoefening van magie tijdens de bevalling niet ongewoon was, waren voorbij. Dat wil niet zeggen dat vroedvrouwen in Schraders tijd een wetenschappelijke opleiding kregen: zij leerden het ambacht vooral van elkaar. Hun kennis ging helaas deels weer verloren, omdat deze niet verwerkt werd in de medische literatuur. Van oudsher waren mannelijke heelmeesters namelijk erg terughoudend bij het assisteren bij een bevalling. Wel waren er in Catharina Schraders tijd een paar boeken over verloskunde te krijgen. In haar voordeel was ook haar jarenlange ervaring als assistente in de chirurgenpraktijk van haar eerste man. Na diens dood begon zij in 1693 haar verloskundigenpraktijk.

Moedersterfte viel mee
Het dagboek van vrouw Schrader biedt een schat aan statistieken over zaken als moedersterfte, kindsterfte en afwijkende geboortes. De sterftecijfers liggen niet zo hoog als sommige mensen misschien aannemen. Zij werkte nog voor de tijd van de grote negentiende-eeuwse klinieken, waar veel vrouwen stierven aan de kraamvrouwenkoorts. In Catharina Schraders tijd was de thuisbevalling de norm en lagen de sterftecijfers een stuk lager. Haar nauwkeurige dagboek vermeldt 21 sterfgevallen, op een totaal van 3060 bevallingen. In de handen van deze vroedvrouw was de kans om te sterven dus minder dan een procent. Dat zijn vergelijkbare cijfers als die van de Verenigde Staten in de eerste veertig jaar van de twintigste eeuw! Vrouw Schraders cijfers hadden lager kunnen liggen als zij niet vaak, vooral later in haar loopbaan, bij ernstige gevallen en complicaties geroepen werd. Haar aanwezigheid kwam dan soms te laat maar zij vermeldde het sterfgeval wel in haar dagboek.

Kindersterfte: 5%
Het dagboek van Catharina Schrader is zorgvuldig bestudeerd om te berekenen hoe hoog de perinatale sterfte (de sterfte van de baby laat in de zwangerschap, tijdens de bevalling of in de dagen daarna) in haar praktijk was. Na wat correcties (miskramen worden bijvoorbeeld niet meegerekend) komt men op een cijfer van 5 procent. Tegenwoordig is dat getal minder dan 1 procent, maar in het begin van de twintigste eeuw was het cijfer vergelijkbaar. Ook geen slechte score dus voor vrouw Schrader.

Voorliggende placenta: vier levens gered
Catharina Schrader heeft in haar loopbaan meerdere gevallen van placenta praevia (voorliggende placenta) meegemaakt. Dat is een gevaarlijke complicatie, waarbij de nageboorte de baarmoedermond deels of helemaal blokkeert. Bij het eerste geval wist zij nog niet waarmee zij van doen had en stierven moeder en kind. Dat eerste fatale geval was in de zomer van 1701, toen zij in een laat stadium geroepen werd bij een vrouw met bloedingen:

[..] Vont har ser flauw en in termijnen met een grootte vloet. Doch kreg op het lest barenswei. Nae dat ick de sack ondersocht, bevont de naegebortte voran doch vast gegroyt, twelck noyt gehort noch mij gebört is. Most dy lospellen. Lag don het kynt dwers vor de gebortte. Kerde het, halde het met de voetten ser beswarlick. Mar het kynt war all dodt en de moder storf een hallef uhr darnae.

Haar terechte constatering dat de placenta 'vast gegroyt’ was, is nu standaard lesstof, maar was toen geen wijd verbreide kennis. In een handboek uit 1701 stond te lezen dat de vastgroeiing maar schijn is, en dat de placenta aan de kant geschoven kan worden. Wijs geworden door de eerste bevalling, pakt Schrader het bij het volgende geval anders aan. Het is dan vijf jaar later:

1706 den 1 augustus bij Pibe Jans metzelar sijn wiff Lissken gehalt, datze tevoren 4 mall een grott vlot hade. En lag vor dodt. Most har de ontschluytinge macken in presensie van een dockter Eysema. En vont de naegeborte vor an den uterus vast gegroyt, Most lospellen en de naegebor[te] an de lincker sijde schicken. Kerde het kynt, kreg het bij de votten. War all ant rotten en dodt. Halde vortz de naegeborte en hyll don de vlot op allenskes. En is vortz genesen, dar sij anders hade motten sterven. De Heere sij dar vor gedanckt en gepresen. Hem komt allen de ehere.

Uit dit beknopte verslag komt het beeld naar voren van een daadkrachtige verloskundige, die heel wat overtuigingskracht moet hebben gehad om de dokter – een beroepsgroep die zeker in die tijd verheven was boven verloskundigen - te overtuigen van de noodzaak om onmiddellijk in te grijpen. Bij placenta praevia is het cruciaal om de weeën niet af te wachten, maar het kind al voor die tijd geboren te laten worden. De complicatie kwam en komt maar in ongeveer een half procent van de bevallingen voor. Ervaren vroedvrouwen uit alle tijden hebben ongetwijfeld geleerd hoe met deze aandoening om te gaan. Maar zij publiceerden niet en doordat de werelden van de verloskunde en de medische wetenschap relatief gescheiden waren, bleef deze kennis niet bewaard.

Tweelingen en drielingen

Catharina Schrader maakt melding van zeventig tweelingen en twee drielingen. Dat is een hoger cijfer dan statistisch verwacht mag worden. Dit is een aanwijzing dat zij vaak bij gecompliceerde bevallingen werd geroepen. Het kwam ook voor dat Vrouw Schrader geroepen werd, omdat er tot grote verrassing van de ouders en van de al vertrokken vroedvrouw enkele dagen later nog een achtergebleven kind bleek te zijn. Ook vrouw Schrader is dit zelf eens overkomen, zoals zij eerlijk opschrijft. Na een door haar geleide baring, waarbij een dochter geboren werd, had de jonge moeder zes weken later weer verlost van een dode zoon, 'tot groete verwondering’.

Het onderscheid tussen een-eiïge en twee-eiïge tweeling was destijds nog niet bekend. Wel noteert vrouw Schrader bijna altijd of het om jongetjes of meisjes gaat. Zo kunnen we schatten hoe vaak zij te maken had met eeneiigheid: in ongeveer 30 procent van haar tweelingbevallingen. Ook dat is een hoger aantal dan verwacht mag worden op basis van de statistieken. Weer een aanwijzing dat zij veel moeilijke bevallingen in haar praktijk had.

Drieduizend bevallingen
Catharina Schrader heeft in vijftig jaar tijd ruim drieduizend bevallingen geleid. Dat hadden er nog meer kunnen zijn als zij niet pas na de dood van haar eerste man haar vroedvrouwenpraktijk was begonnen. Zij twijfelde, zo schrijft zij, vanwege de zwaarte van het beroep. Ook stond het beroep van verloskundige niet hoog in aanzien ('een kleyn achtinge'), terwijl zij uit de betere standen kwam. Wat aarzelend begon, werd echter steeds meer een roeping. Tot na haar tachtigste heeft zij bevallingen geleid. Vrouwen bleven namelijk een beroep op haar doen en zij kon het niet aanzien als minder deskundige vroedvrouwen of vroedmeesters vrouwen in nood 'marrtelden'. Op latere leeftijd is het haar nog vergund geweest om te assisteren bij de bevallingen van haar twee dochters (twaalf geboortes in totaal). Op 71-jarige leeftijd werd zij ernstig ziek. We lezen in haar dagboek dat ze 'an de portten des doodes’ stond. Ze kwam er bovenop en zou nog bijna twintig jaar leven. Vrouw Schrader overleed op 30 oktober 1746, op 90-jarige leeftijd. Zou ze enig idee hebben gehad van het belang van haar dagboek, dat drie eeuwen later nog steeds gelezen wordt? 

Transcriptie van bovenstaand fragment:

1693 den 26 feberwary ben ick op Vastelavens avent nae Wyns gehalt bij Klas Jansens vrauw Pittie. Mar war al bestiert. Verlost van een jonge dochter.
-----------------------
1693 den 6 mert mandags morgens ten 2 uren ben ick bij Ebbes vrauw Marttie de schoolmeyster op de Auwde Zill gehalt. Enn har dor des Heeren hulpe en seegen van een jonge frisse soon verlost. De Heere sij hyr vor lof en danck geseytt in ewigheit.


Meer lezen?
Memoryboeck van de vrouwens op DBNL: het complete dagboek, ingeleid door achtergrondartikelen over leven en werk van Catharina Schrader.

PRINT DIT ARTIKEL OF STUUR HET DOOR

Mail een vriend