KNOV
“Het mooie van het vak verloskunde is dat je een belangrijke gast bent bij een groots, intiem gebeuren”
Perinatale sterfte
Van perinatale sterfte is sprake bij foetale sterfte (doodgeboorte) en bij neonatale sterfte (overlijden kort na de geboorte).
In de laatste maanden van 2009 is het terugdringen van babysterfte onderwerp van discussie in de media. Een oplossing om de babysterfte terug te dringen wordt door gynaecologen gevonden in centralisatie van verloskundige zorg. De KNOV heeft hierop gereageerd met onder meer een persbericht.
Risicofactoren
In Nederland zijn de belangrijkste risicofactoren voor perinatale sterfte:
- Meerlinggeboortes
- Oudere moeders die voor de eerste keer zwanger zijn
- Moeders van niet-westerse afkomst
- Moeders die roken
- Moeders met ernstig overgewicht (obesitas)
- Moeders die onvruchtbaarheidsbehandelingen hebben ondergaan
EURO-PERISTAT-II (2008)
Euro-Peristat II is de naam van een groot Europees vergelijkend onderzoek van gezondheidsuitkomsten van moeders en baby’s in 25 EU-landen en Noorwegen dat in 2008 is verschenen. De Nederlandse cijfers zijn afkomstig van de Stichting Perinatale Registratie Nederland. In de Stichting zijn de beroepsorganisaties van verloskundigen (KNOV), gynaecologen (NVOG), kinderartsen (NVK) en huisartsen (LHV) vertegenwoordigd.
In Nederland sterft één op de honderd baby’s voor, tijdens of direct na de geboorte. Alleen in Frankrijk en Letland is dit aantal hoger. Daar sterven elf op de duizend kinderen. Met nog geen vijf sterftegevallen per duizend geboortes scoren Luxemburg, Slowakije en Spanje het beste van alle Europese landen. Nederland kent relatief hoge sterftecijfers tijdens de zwangerschap en de geboorte en vlak na de geboorte. De sterfte in de tweede tot de vierde week na de geboorte is in Nederland relatief laag.
Oorzaken nog onduidelijk
Het is nog onvoldoende duidelijk waarom ons land het ten opzichte van de rest van Europa niet goed doet. Nederland heeft relatief veel oudere moeders en meerlingzwangerschappen. Ook kende Nederland relatief weinig prenatale screening op aangeboren afwijkingen in 2004. Nederlandse kinderartsen zijn terughoudend met behandelen van extreem vroeggeboren baby’s waardoor deze hier vaker vlak na de geboorte overlijden dan het buitenland. Deze factoren kunnen echter niet het totale verschil verklaren. Of in Nederland het percentage allochtone zwangeren hoog is in vergelijking met de andere landen en of dat een deel van het verschil verklaart is op basis van de PERISTAT-cijfers niet te zeggen. Het volledige rapport kunt u vinden op europeristat.com
Volgens de Nederlandse PERISTAT-Stuurgroep is het hard nodig meer te weten over de oorzaken van de relatief hoge sterfte in Nederland en over de mogelijkheden om deze te verlagen. Nadere analyses van de verschillen in babysterfte tussen de Europese landen kunnen een eerste stap zijn in die richting. Alleen als we veel meer weten over de aard van het probleem in Nederland kan de (preventieve) zorg aan zwangeren en pasgeborenen effectief worden verbeterd.
Registratie niet volledig
Daarnaast spelen ook tekortkomingen in de registratie een rol. Zowel de registratie van het Centraal Bureau voor de Statistiek als van de betrokken beroepsgroepen is door onvolledigheid ongeschikt voor de berekening van de perinatale sterfte. Om betrouwbare informatie te krijgen voor nationaal en internationaal gebruik moet een volledige registratie plaatsvinden van alle levend- en doodgeboren kinderen en sterfte in de eerste levensweek volgens de normen van de World Health Organization.