KNOV
“De geboorte van een kind is ook de geboorte van een moeder. Zij heeft haar innerlijke kracht ontdekt.”
Maternale sterfte
Maternale sterfte of moedersterfte is een indicator van verloskundige zorg en vormt wereldwijd dan ook één van de Millenium Development Goals: in 2015 dient de Maternal Mortality Ratio (MMR) met driekwart gedaald te zijn ten opzichte van de MMR in 1990.
Moedersterfte in Nederland
De kans op moedersterfte is in Nederland heel klein, maar allochtone vrouwen lopen meer kans om in het kraambed te overlijden dan autochtone vrouwen. Vooral Surinaamse en Antilliaanse vrouwen hebben een verhoogd risico.
Gevallen van moedersterfte worden in Nederland geregistreerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarnaast kunnen de casus ook gemeld worden aan de Commissie Maternale Sterfte (CMS) van de NVOG. De CMS classificeert de casus volgens de internationaal erkende definities van moedersterfte, de International Classification of Diseases 10 (ICD-10). De CMS anlyseert de casus met als doel mogelijkheden voor verbetering van de zorg op te sporen. Om een bijdrage te leveren aan de preventie van modersterfte in Nederland heeft de NVOG in 2003 de kwaliteitsnorm Preventie van Moedersterfte aangenomen.
Artikelen in het Nederlands Tijdschrift voor Obstetrie & Gynaecologie
Moedersterfte staat volgens de auteurs van het artikel 'Moedersterfte in Nederland: het topje van de ijsberg’ (Nederlands Tijdschrift voor Obstetrie & Gynaecologie, mei 2005) niet op zichzelf: voor elk geval van moedersterfte staat een veelvoud van ernstige complicaties bij de bevalling voor de moeder (maternale morbiditeit).
J.M. Schutte en anderen gaan in dit artikel en in het artikel 'Maternale sterfte door pre-eclampsie in Nederland: een reden tot zorg’ (Nederlands Tijdschrift voor Obstetrie & Gynaecologie, augustus 2005) in op de belangrijkste oorzaken van moedersterfte in Nederland.