KNOV
“De geboorte van een kind is ook de geboorte van een moeder. Zij heeft haar innerlijke kracht ontdekt.”
Wat doet een verloskundige
Van kinderwensspreekuur tot afsluitend onderzoek zes weken na de bevalling: als verloskundige begeleid je straks het hele traject.
Kinderwensspreekuur
Het kinderwensspreekuur biedt de zorg die al voor de bevruchting wordt gegeven. Het is een nieuw onderdeel in de zorg door verloskundigen, dat nu nog niet standaard wordt aangeboden. Het kinderwensspreekuur heeft twee doelen: het geven van voorlichting om de kans op een gezond kind te vergroten en het inschatten van de risico’s op mogelijke problemen of afwijkingen.
Zorg tijdens de zwangerschap
In deze periode bezoekt de zwangere vrouw de verloskundige tien tot veertien keer; in het begin weinig, tegen het einde steeds vaker.
Tijdens de zwangerschap heb je als verloskundige de volgende taken:
- Je let op of je goed gezond blijft en je ook emotioneel goed blijft voelen
- Je houdt in de gaten of het kind in de baarmoeder zich goed ontwikkelt
- Je geeft voorlichting en advies zodat de zwangerschap normaal kan verlopen
- Je zorgt voor een optimale voorbereiding op de bevalling
- Je signaleert het op tijd als er complicaties dreigen en schat in of de vrouw moet worden verwezen naar een gynaecoloog (dit wordt risicoselectie genoemd)
- Je bouwt een vertrouwensrelatie op met jullie, de aanstaande ouders
Prenatale screening
Zwangeren die overwegen prenatale screening te laten doen, hebben vóór het onderzoek een uitgebreid gesprek met de huisarts, verloskundige of gynaecoloog. De verloskundige of een andere specialist zal in dit gesprek ingaan op alle mogelijkheden van prenatale screeningstesten en de voor- en nadelen van deze testen bespreken.
Voorbereiding op de bevalling
Ter voorbereiding op hun bevalling kunnen zwangere vrouwen groepsvoorlichting volgen. Er bestaat vaak een breed aanbod van verschillende soorten van prenatale groepsvoorlichting. Ook zijn er verloskundigen die zelf groepsvoorlichting geven.
Bij de bevalling
Als verloskundige houd je vanaf het begin van de bevalling tot en met de nageboorte de toestand van de moeder en die van de baby in de gaten en grijp je in als dat nodig is. Je ondersteunt bij het opvangen van de weeën en geeft aanwijzingen bij het persen. Als er complicaties optreden, raadpleeg je een gynaecoloog of laat de vrouw naar het ziekenhuis brengen. Na de geboorte controleert je de gezondheid van moeder en kind.
De eerste week na de geboorte
In de eerste zeven tot tien dagen na de geboorte bezoekt je de moeder zo’n vijf keer om haar en haar partner te begeleiden en ondersteunen. Bovendien speel je een belangrijke rol bij het opsporen van eventuele complicaties, lichamelijk of psychisch, bij moeder en kind. Hoe eerder problemen worden opgespoord, des te beter kunnen ze worden behandeld. Ook de kraamverzorgende heeft hierin een belangrijke rol. Als zij iets signaleert, bespreekt ze dat met jou. Jij beslist vervolgens hoe er wordt gehandeld.
Jouw belangrijkste taken in deze periode zijn:
- Het steunen van de moeder bij het herstellen van de bevalling, zowel lichamelijk als emotioneel
- Hulp bij de borstvoeding
- Het controleren van de gezondheid van de baby. Hierbij let je niet alleen op lichamelijke kenmerken, maar ook op het gedrag van het kind
Hielprik en gehoortest
Op de vierde dag na de geboorte (waarbij de dag van geboorte dag telt als dag nul) worden de hielprik en gehoorscreening uitgevoerd. Meestal zal een medewerker van de Jeugd Gezondheids Zorg hiervoor een afspraak met de ouders maken. Soms doet ook de verloskundige of huisarts de hielprik. Of het ziekenhuis als de baby daar nog ligt. Na het afnemen van de hielprik wordt het bloed van de baby in een laboratorium onderzocht om te zien of het een van de 17 aangeboren ernstige aandoeningen heeft waarop gescreend wordt. Bij een positieve uitslag wordt doorverwezen naar een kinderarts.
Afsluitende controle: zes weken na de geboorte
Ongeveer zes weken na de bevalling komt de moeder nog een keer langs voor een afsluitende controle. Tijdens dat laatste bezoek bespreken jij en de moeder de gang van zaken tijdens de zwangerschap en bevalling en stelt de moeder vragen die ze nog heeft. Als er complicaties zijn geweest, neem je ook met de moeder door wat voor gevolgen die kunnen hebben voor een volgende zwangerschap.