KNOV
“Een bevalling is als het beklimmen van een berg. Onderweg is het zwaar maar op de top is het geweldig.”
Preconceptiezorg
Sinds 2006 houden verloskundigen zogenaamde kinderwensspreekuren. Een gezonde zwangerschap begint namelijk al voordat een vrouw zwanger is: de zogenaamde preconceptiezorg. Risico's worden verkleind door het adviseren over leefgewoontes en het afnemen van een goede persoonlijke en familie-anamnese (ziektegeschiedenis). Iedere vrouw hoort daarom, samen met haar partner, een zogenaamd preconceptioneel consult aangeboden te krijgen in de eerste lijn (verloskundigen en huisartsen). Bij voorkeur op een eerstelijns locatie en wanneer nodig gevolgd door een tweede consult.
Verloskundigen zijn bij uitstek geschikt en gemotiveerd om preconceptiezorg te geven, omdat deze zorg direct raakt aan hun deskundigheidsgebied: het bevorderen van een gezonde zwangerschap met een goede uitkomst voor moeder en kind. Verloskundigen zijn bevoegd tot het verlenen van preconceptiezorg en voeren deze zorg al tot op zekere hoogte uit. Door scholing hebben zij zich verder bekwaamd.
Preconceptiezorg kan zonder noemenswaardige problemen ingepast worden in de bestaande verloskundige structuur. Verloskundigen, huisartsen en gynaecologen hebben gedegen kennis van alle medische processen rond zwangerschap, baring en kraambed en van de verloskundige indicaties. Uiteraard is het goed als verloskundigen en huisartsen hierbij nauw samenwerken.
Dat betekent dat preconceptiezorg aan vrouwen/paren zonder bekend risico kan beginnen met een preconceptieconsult bij de verloskundige of huisarts. Daarom heeft de KNOV in 2007 in een brief aan minister Klink gepleit voor een snelle pragmatische invoering, gevolgd door een programmatische aanpak.
Wat vindt de KNOV nodig voor landelijke invoering
Het is nodig dat de betrokken beroepsgroepen in staat worden gesteld samen kwaliteitsnormen te ontwikkelen. Denk daarbij aan verwijsindicaties op basis van de Verloskundige Indicatie Lijst, een Landelijke Eerstelijns Samenwerkingsafspraken Verloskunde (LESA-V) voor samenwerking in de eerste lijn. Ook nascholing voor verloskundigen met behulp van de expertise van de opleidingen verloskunde is belangrijk, net als het koppelen van de registratie van preconceptiezorg aan de bestaande gemeenschappelijke landelijke verloskundige registratie, de Perinatale Registratie Nederland. Ook is gericht doelgroepbeleid nodig voor vrouwen met een lage opleiding en vrouwen van niet-Noord Europese afkomst. Daarbij moeten eerstelijn, welzijn, onderwijs, Jeugdzorg en GG&GD samenwerken, gesteund door lokale coördinatie. De KNOV ziet ook hiervoor mogelijkheden.
Deze aanpak zou ondersteund moeten worden met een landelijke publiekscampagne om preconceptiezorg bij het grote publiek bekend te maken.
Documenten:
| Brief aan minister Klink (15 november 2007) |