KNOV
“De geboorte van een kind is ook de geboorte van een moeder. Zij heeft haar innerlijke kracht ontdekt.”
KNOV-standaarden
Wat is een KNOV-standaard?
KNOV-standaarden bieden wetenschappelijke onderbouwing voor beslissingen die verloskundigen nemen in hun zorg voor cliënten. In een standaard wordt omschreven hoe de verloskundige bij voorkeur handelt in een bepaalde situatie. Iedere verloskundige houdt echter haar eigen verantwoordelijkheid en kan beargumenteerd afwijken van een standaard, bijvoorbeeld als de specifieke situatie van de cliënt daarom vraagt. Naast de aanbevelingen voorzien van toelichting kan de standaard ook bestaan uit een wetenschappelijke onderbouwing en zogenaamde 'praktijkkaarten’: geplastificeerde kaarten op A4 formaat die een korte samenvatting geven van de belangrijkste aanbevelingen en/of praktische uitwerkingen.
Wanneer verschijnt een (update van een) standaard?
Verschillende situaties kunnen aanleiding zijn voor het maken van een nieuwe KNOV-standaard. Bijvoorbeeld nieuwe wetenschappelijke inzichten, tegenstrijdige meningen over het onderwerp of de behoefte van verloskundigen zelf aan meer informatie over het onderwerp. De KNOV heeft standaarden gepubliceerd over Anemie in de verloskundige praktijk, Hygiëne en infectiepreventie, Niet vorderende ontsluiting en Prenatale verloskundige begeleiding. KNOV-standaarden worden elke vijf jaar geactualiseerd, behalve als er aanleiding is om het eerder te doen.
Waarop berust de inhoud?
De standaarden berusten op verschillende pijlers. De belangrijkste pijler is natuurlijk de wetenschappelijke bewijsvoering: elke standaard is gebaseerd op een kritische analyse van de beschikbare literatuur. Maar naast de wetenschappelijk onderbouwing wordt er ook rekening gehouden met andere zaken. Denk daarbij aan praktische haalbaarheid, opvattingen van de cliënt en de ervaring van verloskundigen in de dagelijkse praktijk.
Hoe komt een KNOV-standaard tot stand?
De onafhankelijk van het KNOV-bestuur functionerende Verloskundigen Adviesraad Standaarden (VAS) speelt een belangrijke rol bij de totstandkoming van KNOV-standaarden:
- De VAS adviseert het KNOV-bestuur over onderwerpkeuze en prioritering en over updaten van bestaande standaarden. Het KNOV-bestuur beslist uiteindelijk over de onderwerpen.
- Bij de start van een nieuwe richtlijn stelt het KNOV-bureau een concept-projectplan op en legt dit voor aan de VAS.
- De VAS toetst de inhoud van het concept-projectplan op wetenschappelijkheid en op uitgangspunten van verloskundige zorgverlening.
- Na goedkeuring van het projectplan voert het KNOV-bureau het plan uit: verrichten van literatuuronderzoek, bespreken van de resultaten in een werkgroep van verloskundigen, eventueel het inwinnen van advies bij deskundigen, en het opstellen van een concept-richtlijn
- De VAS keurt de concept-richtlijn voorlopig op wetenschappelijkheid en op uitgangspunten van verloskundige zorgverlening.
- Vervolgens wordt de concept-richtlijn in een commentaarronde voorgelegd aan een willekeurige steekproef van verloskundige praktijken en aan andere deskundigen, zoals huisartsen en gynaecologen. Doel hiervan is het verbeteren van de concept-richtlijn, zorgdragen voor een goede afstemming van de aanbevelingen op de praktijk, en het vroegtijdig inventariseren van knelpunten bij het werken volgens de standaard.
- De auteurs van de richtlijn verwerken de resultaten van de commentaarronde en leggen een definitieve versie van de concept-richtlijn ter goedkeuring voor aan de VAS.
- De VAS biedt na goedkeuring de richtlijn aan het KNOV-bestuur aan.
- Na vaststelling van de richtlijn door het KNOV-bestuur wordt deze gepubliceerd en verspreid onder alle KNOV-leden.