KNOV

“De geboorte van een kind is ook de geboorte van een moeder. Zij heeft haar innerlijke kracht ontdekt.”

Verloskundige Onderlinge Kwaliteits Spiegel (VOKS)

Er bestaan tussen verloskundige praktijken grote verschillen in het percentage overdrachten naar de tweede lijn. Dat blijkt uit de Landelijke Verloskunde Registratie in de eerstelijn (LVR-1). Met de Verloskundige Onderlinge Kwaliteit Spiegel (VOKS) kunnen praktijken deze verschillen analyseren.

Het Verloskundig Vademecum biedt, in de vorm van de Verloskundige Indicatielijst, een hulpmiddel om de risicoselectie in de eerstelijns verloskundige zorg in goede banen te leiden.

In VOKS-eerstelijn worden de cijfers uit de eerstelijns verloskundige registratie (LVR-1) via statistische methoden gecorrigeerd voor factoren die invloed hebben op het overdrachtspercentage, maar die niet met het beleid van de verloskundige te maken hebben. Deze factoren worden 'risicofactoren’ of 'predictoren’ of voorspellers genoemd: populatiekenmerken maar ook bijvoorbeeld zwangerschapsduur of gewicht van het kind.

Overdrachtsredenen
De Stichting Perinatale Registratie biedt praktijken die deelnemen aan de LVR-registratie jaarlijks een individuele rapportage aan met gecorrigeerde praktijkcijfers en een analyse van de redenen van overdracht van de eerste- naar de tweedelijn, ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De volgende overdrachtsredenen zijn in de analyse opgenomen: hypertensie, serotiniteit, niet-vorderende ontsluiting en niet-vorderende uitdrijving.

De VOKS-1 rapporten omvatten perioden van vier jaar, zodat ook trends in de eigen praktijk zichtbaar worden. Met dit inzicht kunnen verloskundige praktijken nadenken over de vraag of aanpassing van het verloskundig beleid nodig en/of wenselijk is.

Geen ideaal overdrachtspercentage
Niemand kan zeggen wat 'het ideale overdrachtspercentage’ is. Hiervoor bestaat geen 'gouden standaard’, een uitkomst die algemeen beschouwd kan worden als de beste. Daarom wordt in de VOKS-1 het gemiddelde als uitgangspunt genomen. Het is belangrijk te benadrukken dat niet bekend is of een praktijk met een laag percentage overdrachten slechter werkt dan een praktijk met een hoog percentage overdrachten, of omgekeerd. Ook kan men niet stellen dat een praktijk met een gemiddeld percentage overdrachten het 'dus’ goed doet.

De VOKS-1 rapportage nodigt uit kritisch te kijken naar het eigen verwijsbeleid. Het kan een aanmoediging zijn het verloskundig beleid aan te passen. Als dit beleid samenhangt met afspraken met de tweedelijn, is het zinvol de kring en/of het VSV te betrekken bij een eventuele discussie over het verwijsbeleid. De VOKS-1 is uitdrukkelijk bedoeld voor kwaliteitsverbetering en niet voor benchmarking of controle.

Voor leden van de KNOV is een Handreiking ontwikkeld die verloskundigen helpt om de VOKS-1 te begrijpen en in de eigen praktijk te bespreken.

PRINT DIT ARTIKEL OF STUUR HET DOOR

Mail een vriend