KNOV

“De geboorte van een kind is ook de geboorte van een moeder. Zij heeft haar innerlijke kracht ontdekt.”

Babysterfte in Nederland het hoogst bij niet-westerse immigranten

16-11-2009

In de periode 2004–2005 was de perinatale sterfte bij kinderen van eerste generatie niet-westerse allochtone moeders dubbel zo hoog als bij kinderen van autochtone moeders.

In de periode 2004–2005 was de perinatale sterfte bij kinderen van eerste generatie niet-westerse allochtone moeders dubbel zo hoog als bij kinderen van autochtone moeders. Het hoogst was sterfte rond de geboorte, maar kinderen van Antilliaanse, Arubaanse en Surinaamse moeders stierven ook vaker in het eerste jaar na de geboorte.

Van niet-westerse immigrantenmoeders van de eerste generatie stierven er 13,6 baby’s op elke duizend geborenen voor, tijdens of binnen een week na de geboorte in 2004–2005. Dat is ruim 50 procent meer dan bij autochtone moeders, waar de perinatale sterfte in die periode op 8,8 per duizend geborenen lag. De perinatale sterfte van kinderen van niet-westerse allochtone moeders van de tweede generatie lag op 11,8. Dat is 33 procent hoger dan bij de autochtonen.

De perinatale sterfte bestaat voor ongeveer 70 procent uit doodgeboren kinderen.
Bij kinderen van westerse moeders uit het buitenland was de perinatale sterfte juist iets lager dan bij kinderen van autochtone moeders.

Bij baby’s van Antilliaanse, Arubaanse en Surinaamse moeders is de sterfte het hoogst.
Onder kinderen van Turkse moeders was de perinatale sterfte daarentegen nauwelijks hoger dan bij de autochtone Nederlandse vrouwen.

In vergelijking met baby’s van autochtone moeders hebben baby’s van immigrantenmoeders vaker een te laag geboortegewicht. Ook vroeggeboorte komt verhoudingsgewijs vaker voor bij kinderen van allochtone moeders.
Voor het volledige CBS-bericht en tabellen klik hier

Bron: CBS

PRINT DIT ARTIKEL OF STUUR HET DOOR

Mail een vriend